dinsdag 12 augustus 2014

de Gemeenschap van 20 tot 50 koppen


Met een afgekloven speen in de mond staart de dreumes naar de televisie. Hij vergezelt zijn 7-jarig zusje tijdens het kijken naar Garfield op televisie. Opa is zijn ochtendronde joggen. Een rondje gorges is nog steeds peanuts voor de oude man, tanig krachtig en veel gezien door ons, langs paden en wegen in weer en wind.
Papa en zijn vrouw zitten aan het ontbijt in de kleine keuken, zeggen niet veel, gerinkel van borden en mokken in het aanrecht. Oma ruimt rommel nadat ze een kop koffie maakt. Wasgoed van 5 volwassen en 3 kinderen in een poppenhuisje op de rand van de kloof, het uitzicht onovertroffen op de watervallen aan de overkant, de top van een walnoot lijkt de onderkant van de raamkozijnen te strelen.

Het is een prachtige ochtend. De zon schijnt nog fris na de buien van de nacht. De strijktafel staat op de rand van het tapijt in de ook kleine salon. De televisie staat te zacht, anders had ze een prima les Frans als extraatje terwijl oma snel even een bak koffie brengt dat ze dankbaar aanneemt. Een praatje over of de oudere dame 'd'ici' is. Over de kleinkinderen terwijl de ongetrouwde kinderloze dochter wat slaperig de trap afkomt. 
De kinderen krijgen van moeders, later vaders en weer wat later van oma te horen dat ze moeten stoppen met staren naar de kijkbuis. Geen van de drie pakt de afstandbediening, de kinderen als gehypnotiseerd. Dat verandert als opa binnenkomt. Amper bezweet en goed uitgelopen leidt hij de kleintjes af door te vertellen dat Martine hele lieve jonge ezeltjes heeft. Opeens heeft Garfield het nakijken. Ze vertelt over haar dieren terwijl ze worstelt een rompertje gestreken te krijgen. Terwijl het lijkt of oma rommel zoekt in een poging orde te scheppen in haar huisje worden de kinderen mee naar buiten genomen. Half in pyjama, ach het is vakantie, hoort de met kleine kledingstukken worstelende hulp in de huishouding hoe papa de kieteldood krijgt van twee kleintjes die hikkend van de lach doen alsof hij een groot monster is dat doodgeknuffeld dient te worden. 
Vogels en vlinders fladderen rond op het terras dat met een blauwe regen overdekt is. Die heeft zijn wortels bij de buren. Een nog lieflijker cottage met popjes en BB-geruite gordijnen met Brussels kant afgezet. De stamvoet van de blauwe regen is een monument zo breed. Getordeerd alsof de struik van jongs af aan gekoesterd en geleid is, wat zijn bloemenpracht in de lente bevestigd. 


Volle lavendel kleurt meer dan dat de geur het wint van de anderen. Zoet is het. Het licht, de kleuren, de geuren, het gekabbel en gebabbel. Lachende kinderen en twee zussen die zich lijken te hebben aangepast aan het jaarlijks terugkomende ritueel; Een week met elkaar op een kluitje bij pa en ma. Een verbond met een verleden, afgesloten doen ze hun ding. De schoonzoon lijkt zich niet zo op zijn gemak te voelen zolang de enig andere man in huis zijn kwaliteitstijd opeist; joggen, all year round, elke dag. Tussen vier vrouwen manoeuvreren op de vroege ochtend is na die stoeipartij met de kinderen een lastig pakket. Hij lijkt blij dat zijn zoontje van 10 maanden boven in de wieg begint te huilen.
Na de strijk het stoffen en zuigen. Twee keer per week het huisje van top tot teen nalopen kost 6 uur. Iedereen loopt in en uit. Tijdens een wederom fikse bui houdt men zich binnen op. Je daar doorheen stofzuigen valt niet mee. 
De open geknabbelde zakjes muizengif worden met keutels en weerzin uit de keukenkastjes gehaald. Kan dat nou echt niet anders met dat jonge spul over de vloer? Ze belanden in de prullenbak en zo druk, oeps, vergeten  er een paar te vervangen. 
Vanaf de eerste kennismaking is alles al gewoon. Als thuis. Alleen is dit huis nog intact. Met de rechte trap naar boven, recht tegenover de voordeur. Links de wel authentieke schouwbalk met zijn zwenkarm en ketting voor de pot. De bankjes links en rechts, een vloer van lauze-stenen en zware houten meubelstukken. Rechts de salon die nieuwerwetse hoge ramen heeft aan de zuidkant. Achter de trap een uitbouw met een keuken en toilet. Een keukendeur die via een stenen trapje naar een rotsig tuintje leidt. Boven is de ruimte efficiënt opgeknapt. Drie slaapkamers, een toilet en twee badkamers. Jaren 80 stijl, goedkoop. Het is hutje mutje, 't Ken allemaal net. 
Het is een zware week voor oma.  De opgave om me te laveren als niet bestaand maar er wel zijn. Het geeft een uniek inkijkje in het gezinsleven van de Fransen. Familie Doorsnee in vakantietijd.

strijk..
Terwijl ik door haar met grote dankbaarheid ontvangen word, loop, sta, buk, wervel ik door de al aanwezige drukte. Een week of 6 duurt het gekkenhuis. Met een piek van 4 weken. Fransen knijpen de maand augustus dicht. Trappen weer massaal in het drama van de zwarte zaterdag. Geen minuut mag verloren gaan en tja, toch weer naar familie. Je ontkomt er niet aan. En naar le montagne of naar zee. Of alle drie.
Mevrouw heeft me ontvangen alsof ze me eigenlijk al jaren kende. Wat via via van gezicht misschien ook wel klopt. Gekletst wordt er, ik doe daar ook aan mee, op eigen wijze. 
Tijdens elke ontmoeting met locals heb ik het gevoel dat ik mijn menselijkheid moet bewijzen. Eventjes maar. Het is een blik, een lach of een woord geworden. De kinderen op de bank laten het me weer weten door me onderzoekend aan te kijken als ik mijn verhaal doe in verwrongen kinderFrans. Dat is vreemd, grote mensen die niet goed kunnen praten!
Baantjes verkrijg je op het platteland dus makkelijker en sneller als veel mensen jou mogen leren kennen. Niet zozeer andersom. Het blijft een aparte gewaarwording dat ik de buitenlandse vrouw ben die de wc schoon boent en op de knieën de keukenvloer dweilt, terwijl een drie generaties groot gezin vakantie viert in een oud klein huis op het platteland.

Dit zomerbaantje (keurig wit via het arbeidsbureau) voert me nu 2 keer per week naar het dorpje met het kasteel. Waar we de 20 koppen nu wel zo’n beetje kennen van naam. Waar we ons betrokken bij voelen, terwijl ons huis bij een ander gehucht hoort. Het is het allerlaatste huisje aan het einde van het smalle straatje dat bij de begraafplaats dood loopt. Daar zijn nog wat parkeerplaatsen. Drie om precies te zijn. De Blauwe bezet er noodgedwongen anderhalf, dat kan. Ik ben bestemmingsverkeer.
Een plek waar je je auto echt goed op de handrem moet zetten, anders ligt hij in het ravijn of boort zich in een droog gestapelde stenen muur die de doden beschermt tegen de elementen. Zelf nadenken hier, een gewaarschuwd mens geldt nog echt voor twee.
Sinds kort staat er een nieuw knalrood verbodsbord bij de bronbak aan de rand van de parking net voor je het enige geasfalteerde pad oprijdt dat ... precies; dood loopt. Die P van parking heeft plek voor één touringcar en 5 auto's. De Blauwe kan er maar net door, de bocht om langs de begroeide muren van het kasteel. Mooie straatlantaarns sieren de middeleeuwse straat. Ik mis alleen de banieren nog na het zien van de vlag die wappert op de hoge kasteelmuur. 


De huisjes staan tegen de rotswand aangebouwd. Op de voet van de kasteelmuren. In alle jaargetijden lijkt het dorpje op wolken te drijven, los van deze wereld. Los van deze tijd, de mensen die nog manden kunnen vlechten en samen, hij met hoed, zij met haar mooie sjaaltje, naar de markt gaan voor het lokale nieuws. Bloemen in kleine hoeken, hangend in de eeuwenoude hoge muren. Oude houten panelen met daarachter het gekraai van een schorre haan. De rijpende noten in de bomen. (Hé, nul appels en peren dit jaar? Bijen en andere insecten zijn ook op vakantie?) 
Even langs de gite van de Brit, altijd alles keurig, het frist de boel op. Ik kom er 's winters alleen maar locals tegen, dan stap je uit en praat je bij. Dat dit altijd over hetzelfde gaat is van minder belang. Je kent elkaar tenslotte, je bent een blijvertje. 
Onder twee kleine op bol gesnoeide acacia's zet ik het grote gevaarte even stil, naast de ook kleine kerk waarvan een vermeende historische begraafplaats genoeg reden was om een dorpsoorlog te starten. Moderniseren wil men. Dat rotsige verwilderde stukje terrein van nog geen 25 vierkante meter was plots geruimd. Vlak getrokken en ingeplant met de meest afzichtelijke en moderne planten en struiken ooit die als een vlag op een modderschip de boel ontsieren en niet conform het middeleeuwse karakter zijn waar die 20 koppen zo prat op gaan en bereid tot decennialange conflicten. 
Een diepe wrok heerst tussen de zonnestralen door. 
De zondebok is Roger. Een kleine in alles ronde man met Gallische snor die Conseil Municipal genoemd mag worden voor het dorp-met-bezienswaardigheid. De burgemeester en de Conseiller hadden budget en een goed plan om het terrein tussen de kerk en het kasteel op de schop te gooien. Een tweede toegang van het kasteel is nodig, de belangstelling blijft gestaag groeien, goed voor de gemeentekas. 
Maar....
Er was toch nog 1 iemand die de botten van zijn of haar bed-bed-bed-bed-overgrootmoeder daar wist te rusten. Woede, tranen, luidkeelse scheldpartijen. Dit komt nooit meer goed!! 

Godfather en Jeanet
Er waren al conflicten. Tussen de familie die de ene kant van de heuvel bezit, verpacht en verhuurd of bos laat zijn, en rotsen, en de andere familie die, inderdaad, de andere helft van de heuvel heeft. Om de paar decennia gebeurt er iets dat de koude oorlog weer doet verhitten. 30 jaar geleden was dit een vossenklem wat de beste jachthond van de nu dorpsoudste degradeerde tot manke stoephond aan een ketting die het blaffen niet verleren wilde. 
Het openzetten van iemands konijnenhok ligt nog vers in het geheugen. Doodgebeten schapen, gestolen kippen welke verslonden door ontsnapte jachthonden. Nee, anno 2014 'ruimt' men een eeuwenoude begraafplaats waar ik alleen maar schrale rotsen zag, uitgedroogd gras en onkruiden.
Of men noemt het opknappen in het kader van de jaren durende renovatie van het kasteel en het behouden van het middeleeuwse karakter van het unieke dorp. 
En Roger had dit kunnen weten, wordt hem verweten. Zijn vrouw is een gemoedelijk propje, harde werkster. Later bij elkaar gekomen, zij niet van hier. Roger heeft vaak pech met zijn 6 witte koeien en 45 schapen. Vingers eraf en andere ernstige ongelukken. 'Hij doet het nog steeds' en zal toch ook wel tegen de 60 lopen. Met liefde bewonen ze een klein boerderijtje met een mooi sier-ijzeren poort. Een rommeltje aan bloembakken en potten,  een welkomst blaf van Fannie de oude bastaard en poes die voor me uit de woonkeuken in rent. Hier geen spoor van moderne zaken, een rode telefoon met hoorn aan de muur met een kalender erboven.
Ze komt met open armen naar me toe en ik krijg een stevige knuffel. Na een cursus eetbare paddenstoelen, vers uit een mandje, kaart ik de oorlog aan. Hoe het ermee staat? Haar ogen slaat ze ten hemel en ze schudt haar hoofd. Triest kijkt ze daarna naar de hanenkam-zwam in haar handen. Zij wordt ook gemeden door de vijand. Die vijand is dat klein-klein-klein(e)kind dat fanatiek campagne blijkt te voeren voor het in stand houden van het patrimone. Het was in ieder geval reden genoeg het grote feest in mei af te lasten. Eeuwig zonde. Zo ging het conflict lokaal viraal.

De wereld staat al in brand, maar dat lijkt hier niemand te boeien. 
De fanatiekelingen die Gigi en haar maatje Roger het leven met stilzwijgen zuur maken, willen koste wat kost voorkomen dat er ooit nog zulke 'ongeregeldheden' plaatsvinden. Hun oplossing is het opzetten van een associatie ter bescherming van het dorp en haar regio. 'Iedereen' is uitgenodigd. Ook Roger en Gigi.
Na het huishouden voor mijn naamgenoot loop ik met een rijstevlaai in de armen naar het historisch oude huis. Bijna iedereen is er al waardoor het rondje handen schudden, wangen kussen en schouders kloppen lang duurt. 

Het zal ongeveer het grootste huis van het dorp zijn. Gefaseerd met de vele trappen, binnen en buiten, bogen en enkele schouwen. Boven de cave die op straatniveau ligt is er een enorme woonkeuken met een schouw die de hele achterwand vult. Een aanzienlijk hoog plafond dat gesteund wordt door oude kastanjehouten balken. Alles is wit geschilderd wat eigenlijk not done is. Maar de patronen op de balken zelf en de schilderijen daar tussen geven de ruimte een licht verzorgd aanzicht. Geruite gordijnen voor de inmiddels dubbelglazen ramen met facetruitjes, dubbele deuren met een boog van glas erboven. De eigenaar is dol op oude spullen met een lokale historie van praktisch nut. Een brocante-fanaat zou er jaloers op zijn. De ruimte is nu gevuld met stoelen, banken en zetels voor de ruim 35 man die acte de presence geven vanavond. Met de eigenaren van zomerhuizen telt het dorp samen met het gehucht en ons als uitzondering zo'n 50 inwoners. De afwezigen worden met naam en reden genoemd.
Er wordt goedkeurend gemompeld en om zich heen gekeken. Want de opzet van de associatie wordt als heel belangwekkend ervaren, de nog verse conflicten even in de kiem gesmoord door een klopje op een knie of een geruststellende hand op een onderarm van diegene ernaast. De jongeren zijn de vreemdelingen; de Brit met zijn Canadese vriendin en twee Nederlanders. We horen erbij, maar verder is onze rol op de achtergrond, dorpsvulling. Enthousiaste betrokken vulling, dat dan weer wel. 
Eerst een 90 minuten luisteren naar het voordragen van de statuten. Ik kan er weinig van volgen maar ben blij dat ons huis te ver af staat van het gehucht en het er officieel niet bij hoort. Want de gaten in het onzichtbare deel van het schuurdak niet met een transparante golfplaat af mogen dekken is een fikse belemmering van onze vrijheid, dit maar als een voorbeeld van het aan banden gelegd worden voor het behoud van iets dat al geruimd is middels 8 vrachtwagens waardoor lieve Gigi niet op de bijeenkomst durft te komen en Roger er maar stilletjes bij zit aan de rand van de kleine menigte, dit met opeen geperste lippen onder de royale en vriendelijke snor. De pijn in de ogen dat hij het ook nooit goed kan doen.
Daarna een vragenrondje waaruit duidelijk wordt dat er meer persoonsgebonden verplichtingen aan de associatie vastkleven dan dat er daadwerkelijk iets zal veranderen. André 'de Genezer' trekt flink van leer over een pad dat langs zijn huis loopt en begaanbaar is voor auto's. Roger die naast hem bijt zich haast op de lip en houdt zich in. Felix de dorpsoudste c.q. Godfather van de gemeenschap lacht smalend om de geëmotioneerde André. De oude Belgische dame die ooit het kasteel kocht mist haar wijntje. Ook zij probeert zich serieus te mengen in het gesprek door over archivering van de historie te beginnen. Ze krijgt bijval, maar de praktische kant van haar inbreng is wat te hoog gegrepen voor de aanwezige gepensioneerde boeren die ook geen extra hondje erbij kunnen verzorgen. Veel gesteun en gezucht, handen omhoog, geniale ideeën en een enkel plan dat genoteerd wordt. De notuliste is een opzichtige verschijning met haar zonnebankbruin, haar korte kop knaloranje geverfde haren, een nog dikkere laag make-up dan Jeanet en de meest kitscherige sieraden hier ooit waargenomen.
Het is in kleine Franse gemeenten waarbij iedereen elkaar kent en de betrokkenheid en historie groot zijn normaal als de gemoederen hoog oplopen. Ook normaal is dat er over alles gestemd wordt met de hand in de lucht. Nog gewoner is dat er na afloop geknabbeld en gedronken wordt en het lijkt of alle spanningen plotsklaps verdwenen zijn. Maar onderhuids zal het altijd blijven borrelen.


Papieren moeten getekend worden. Dat we aanwezig waren, alles begrepen hebben, geen vragen en achter de oprichting staan van deze associatie. Marc krabbelt wel zijn zakelijke handtekening op het formulier, maar lid worden we niet. Niet omdat het een tientje per persoon kost, maar omdat we -beide- geen trek hebben in het ons voor laten schrijven van de wet door volwassenen die decennialang blijven jeremiëren over gedane zaken en daarbij elkaar zo kwetsen dat er 1 mens niet durft te komen terwijl zij met haar inzet zoveel goeds doet voor de gemeenschap.

Het werd een lange zit, een verplicht nummer, maar een hele ervaring betrokken te zijn bij een dorp waar we eigenlijk helemaal niet bij horen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen