woensdag 25 september 2013

Herfst-keek op een week in 2013

Het zal meer zijn dan 1 week, maar genoeg om de titel van de log te rechtvaardigen.  
In het kort; Ik ga zo vaak mogelijk naar het centrum ter (anti-rook)afleiding, sauna, praatje, yoga en stevige sofrologie-sessies-op-maat. Mede dankzij het laatste voel ik mij een gezegend mens met zoveel steun tijdens het niet-roker zijn, getuige de cadeau's, de bemoedigende woorden en steun van Lief die ik niet zie roken, niet ruik en de tabak zo effectief weet te verstoppen dat zelfs ik het niet vinden kan. Dat zegt een hoop, mag u weten. 
Van de een op de andere dag was het herfst na, persen en meten, 2 maanden en 1 week zomer. Schokkend. Opeens de schouw weer aan, sjouwen met kruiwagens hout, dikke truien (Nog niet eens achterin de kast, maar grijpklaar. Wat nou Zuid-Frankrijk?), vallend blad en paddenstoelen snijden. (Nee, die raap of pluk je niet, die snijdt je!) Het was even schrikken. Maar de mist in de ochtenden, de rijp, de witte spinnenwebben, de geur van gevallen populierenblad, eikels die met een tik op het golfplaten schuurdak vallen en soms een zeer geschrokken huisdier, de vochtige koelte die toch een warme nazomerdag aankondigen, ik kan er nog geen genoeg van krijgen. Ook een week regen dat onverdroten uit de hemel bleef vallen als was het zuid Franse zonneschijn. Ach, het hoort erbij.
 
De ochtenden, wonderschoon.


Om 7 uur gaat de wekker. Ik snoezel nog even door tot ik Lief naar buiten hoor gaan om de kippen de vrijheid te schenken en de hond eten te geven. Dan balkt Sarko een keer en weet ik dat hij bij het hek staat voor de ochtendknuffel. Dit gebaseerd op het verorberen van een wortel, uiteraard.
Meestal staan de varkens er ook. Skwierkend, piepend, zeurend, lieve geluidjes maar dwingend. Om eenzelfde reden, een knuffel. Een 'back-rub', 'belly-rub' of krabbel achter de enorme oren. Volhardend zijn ze. Ook als we buiten eten, zijn, doen of even laten; aandacht willen ze. Desnoods beklimmen ze het hek, de hoefjes tegen en in het dunne schapengaas. Uitbreken alleen om maar bij ons te kunnen zijn en niet om de hoek onze gezelligheid auditief te genieten, ze nemen er geen genoegen mee. M&M zijn inmiddels knap genoeg het te negeren, maar dat traject viel niet mee.

Bij de Beesten af!

De lieveling tijdens een ochtendje vrij grazen.

Herfst in de moestuin is oogsttijd. Geen wekpot meer over. Bijna alle verzamelde jampotten vol met verse lekkernijen. De vriezer vol. We kunnen er tegenaan. Maar nog niet klaar met het werk. Voor de ochtendwandeling of rondje grazen even de moestuin in. Met een kat of 3 a 4 in mijn kielzog. Warming-up voor de wandeling met hond(en) en ezel. Het spul speelt met elkaar en de water-bakken, waaronder een oude badkuip. Kostelijk om te zien, maar eerst het dagwerk inventariseren. (Als we eraan toekomen.)



De bandenmuur met boterboontjes en sperciebonen. Rechts de bandentrap, links een 'vlak' met tomaten, prei, boerenkool en eeuwig moes.

                                      
Klein maar fijn; pompoenen. 

                                     
Black Beauty.

Siertabak. Goede afleiding voor bladluis. Een prachtige grote plant waarvan de bladeren enorm zijn en plakken, de witte ranke kelkjes een lieflijk feest. Niet rookbaar!

Veel moeite deed ik dit jaar om wat zonnebloemen groot te brengen. Een onsje of 4 slakkenkorrels erdoor gejaagd en nu uitgebloeid. Op hun eigen manier nog steeds mooi.

Onze logee Balou voor twee weken. De grizzly, beer, doedel, hond, sul en eigenwijs. Ja heus, hij kan beide zijn. Vindt de ezel indrukwekkend en hij dit donkere wezen. Vriendin Robyn die iedere herfst hier wat weken verblijft vindt het meer een Sherlock Holmes... Terecht.

                                                


Verder 2 ongelukjes in 1 week. 
Vrijdag viel ik van de trap. Achteraf spreek ik van geluk, ik had gemakkelijk mijn nek kunnen breken. Door interne en M&M herrie wilde ik de gedraaide hobbittrap oprennen met de meest zachte, warme snoezelsokken die ik heb. Ook de meest gladde glibberdingen die ik ooit aan mijn voeten had. Ik word wakker op de bank met verschrikkelijk veel pijn in mijn hoofd en vooral mijn mond. Stukjes van mijn tanden af en twee lippen die mijn neus kunnen raken, zonder moeite. Het bloed op de vloer onderaan de trap zegt alles. Dit keer is het niet dat van een ongelukkige muis, maar van mij. Ik ben wat suf en erg geschrokken, de sokken in de schouw wachtend op een eerstvolgend haardvuur.
Maandag loop ik net te gehaast naar de keuken waar tegen de kast voor de doorgang een houten krat staat. Mijn kleine teen wil zich erin rammen. Pech, dat krat is twee keer ouder dan die teen en van degelijk hout vervaardigd. Niet een beetje auw, maar heel erg veel... zeer. 's Avonds kan ik niet lopen of staan, klopt de voet, wordt niet dik en ik vermoed een subtiele breuk, ergens in de voet. Dat heb ik weer.
Robyn en Simon zijn er weer sinds een jaar, dus stug blijf ik op, met voet omhoog in een ijspakking. Toch wil ik Sarko welterusten gaan zeggen. Lief zoekt een wandelstok in de schuur. Zo'n echte voor oudjes, waar ze hier bijna allemaal mee lopen, alsof je ze er gratis bij krijgt van de boerenbond als je 60 wordt. De varkens staan ook voor dat hek, ze ontsnappen. Terwijl ik op 1 been knuffel met mijn ezeltje proberen onze vrienden en Lief de varkens zover te krijgen dat ze terug over de goot naar hun stal gaan. 
Maar juist zij hebben uren bij goot & hek staan piepen om erbij te mogen zijn. Nu laten ze zich niets meer vertellen. Sarko en ik hebben de voorstelling van ons leven. Aan de veilige kant voor gevoelige ezeltjes en kapotte voeten. Balou is een tientonner, Castel loopt je net zo goed omver in haar enthousiasme als dat de varkens doen als de zwarte emmer met eten voorbij komt en 3 volwassenen die gebukt achter het roze vlees aanrennen zijn geen aanraders voor tere ziel en voet.
Robyn en Simon gaan pas na de schemering weg. Naar hun optrekje, te voet uiteraard, met het kleinste zaklampje dat ik ooit zag. Ik plof eindelijk in bed met een glas goedkope whiskey, een berg coldpacks om het steeds warm geworden  pack te vervangen en twee pijnstillers. Ik dacht nog; Daar ben ik komende weken wel zoet mee. Niks geen bomenwerk; rust, het stof laten dalen.
's Ochtends sta ik op alsof er niets aan de hand is, pas ik in schoenen, loop ik normaal, ervaar ik wel ergens flauw iets van een beurzig gevoel, maar daar is alles mee gezegd; genezen.
Kijk, vriendschap en liefde!

Herrie

Eerst een log over de herrie. Tergend is het.

Aan de overkant staat een huis. Een kast van een huis. Oud en traditioneel gebouwd, in eigendom van Parijzenaren die er misschien 3 weken per jaar gebruik van maken. Verder niet, want het is hier veel te koud 's winters. En te nat, denken ze. De klimaatverandering zijn ze even vergeten. Waar hier zo'n 50 jaar geleden nog tot eind april een dikke meter sneeuw lag, is het nu prima toeven met winters vrijwel gelijk aan die in Nederland. 
Die Parijzenaren besloten 2 jaar geleden dat er toch maar een zwembad moest komen. Het meer beneden hen is natuurlijk te ver lopen en veel te koud. Ook maar wat bijgebouwen, in traditionele stijl opgetrokken. Moet kunnen toch? En wie heeft daar nou last van? 
Wij dus. Bouwherrie. Enorme kranen, bulldozers, schreeuwende vaklui die we letterlijk kunnen verstaan als ze de daken aan het bedekken zijn met lauze-stenen. Dat ging zo een volle 19 maanden door met als doel om zomer 2013 heerlijk te kunnen plonzen met bijgaande vakantiepretherrie. 
De eerste jaren hier waren we nog niet ontdekt. Wisten alleen de jagers, postbode en Paulus de Boskabouter ons te vinden. Kraaide één van de 5 hanen net zo lang tot zijn kop eraf moest en raakten wij verknocht aan de stilte van de natuur, de spechten en de uilen, een roepend hert met als antwoord een schreeuw van een wild zwijn.
Het is weg mag u weten, al twee jaar lang zijn we hiervan verstoken. 
De bouwherrie hield op eind mei, dachten we.

Prochain; 
Het maken van de weg, die met de landverzakking wegspoelde april vorig jaar. Het conflict tussen le Conseil en de EDF beslecht wie o wie het moet gaan bekostigen. DoubleDutch dan maar. In juni zijn de werkzaamheden gestart, de andere 'schuin aan de overkant' dan die vermaledijde Parijzenaars met hun arrogantie dat 'het maar domme boeren zijn, jammer van het platteland'. (Laten wij domme boeren nou eenzelfde soort overtuiging hebben,maar dan net andersom!)
In een kloof als deze weerkaatst ieder geluid, vaak een schitterende loepzuivere echo. De benodigde mega- en supermachines die ze hier gebruiken om een berghelling zo te manipuleren dat er weer asfalt gelegd kan worden, maken een dito geluid. Dat zijn de draaiende motoren alleen, die vroeg in de ochtend stationair warm mogen draaien. De tientonners die rotsen en stenen aanvoeren doen er een schep bovenop. Ze kieperen zichzelf leeg om de inhoud het ravijn in te laten donderen. Nee, ik heb er geen nette woorden voor. 
Het is net oorlog, een explosie, of nee, het geluid van net na de knal. Een instortend gebouw, een opgeblazen berg.
Tenen krommen zich, adrenaline schiet door mijn systeem, het geluid probeer ik te plaatsen. Hier falen we in, allebei. Want het is geen oorlog en het komt telkens onverwacht als variatie op die draaiende motoren.
Dit gaat van maandagochtend 8 uur door tot vrijdagmiddag 4 uur. Jaja, ze mogen vrijdagmiddag eerder stoppen! En als u denkt dat ze de lange maand augustus vakantie hadden, help ik u uit de droom. De stilte bedroeg 8 dagen, werkdagen welteverstaan. 
Ze voorspellen dat ze tot eind oktober dit jaar nodig hebben. Los van het asfalteren, dat kost een dag of twee.

We maken samen ook herrie, omdat we Durven, omdat het Kan. Een 'quitting-quitter' en een volhardende niet-roker die geïsoleerd elkaar het leven zuur maken, in liefde. We willen zo graag. Samen; oogsten, werken, de herrie aan de overkant dealen, leven en rusten. Maar voorlopig is er herrie, veel herrie. Om tijdens de weekenden bij te komen, overweldigd te worden door het gebrek aan herrie. Met pijn achter de ogen te moeten constateren dat we niet meer tegen herrie kunnen. Onnatuurlijke geluiden, machines, verstoring van een delicaat evenwicht. Het maakt er de interne herrie, waar we al onder leden sinds Goldmann-Sachs besloot de boel te besodemieteren, niet minder om.

dinsdag 17 september 2013

12 appeltaarten later

Me inmiddels afgezonderd van Lief die toch maar een pakje tabak is gaan halen. Me verlaten op de Blauwe met bed, keuken, motor en externe badkamer. Zwaar leunend op Daniël van het centrum die me steunt, professioneel, met yoga en sofrologie, onderwijl eenzelfde verlangen koestert en lijdt aan dezelfde terughoudendheid, de eenzaamheid of is het toch een stoute droom? Het doet er niet toe, de auto's rijden een andere richting uit. Ik stop op het bospad, de paar platte vierkante meters die me de slapeloze nacht door helpen. Een alpha-toestand, al sinds vorige week zondag, onbegrepen, niet oververmoeid, toch zonder slapen.
Ik wil niet mijn hele hebben, houden en leven op het gebrek aan nicotine gooien. Ik leef toch gewoon, net als ieder ander, met of zonder roken. Maar toch. Wat is dat toch?
Tijdens de ochtendkoffie thuis met Sarko grazend voor het huis lees ik Lief's lange brief. Toch valt er veel te zeggen voor het effect van nicotine, wel of niet in het systeem van het menselijk lichaam. Voor alsnog weiger ik. 
Ik wil per se weten hoe het voelt zonder het stofje en ander gif in het lijf. Ik wil echt en per se weten hoe ik ruik, hoe mijn huid eruit kan zien, hoeveel meer essen ik kan snoeien per dag, hoeveel stenen ik omhoog kan gooien om de nog te bouwen muren te voorzien van basis materiaal. Wil ik weten hoe ik slaap en droom, de nu afwezige facturen in het leven,sinds 20 jaar! Daniël schudt meewarig het hoofd bij het horen van hoe mijn nachten verlopen. Want echt lieve lezers, ik slaap niet! Ook droom ik niet. Ik ben me steeds, de hele nacht door, bewust van het feit dat ik wel onder de wol lig, maar niet slaap, of droom! Bizar.
Gisteren vraagt mevrouw T, voor wie ik het huishouden doe, hoe het me afgelopen week vergaan is, zonder roken. Ik biecht op van haar een sigaret gejat te hebben vorige week maandag, de laatste sinds exact een week. 'Wil je een sigaret? Vraag me er dan één, dan roken we samen.' Waarop mijn antwoord luidt dat ik 'hem' niet nodig heb. En zo ga ik aan het ramen lappen en keukenkastjes boenen.
Verward blijf ik toch. Daar helpt geen goeroe als Daniël tegen, geen sofrologie of nachtje in 'mijn' Blauwe met uitzicht op een mysterieuze maan.
Geduld, afwachten, mijn ding blijven doen, een wijntje extra en zo vaak ik kan naar yoga, sauna, hamman, sofro....
12 Appeltaarten later een mager resultaat. Appels plukken, boontjes doppen, de rust en M&M-vrede hersteld? Werkt het?

zondag 15 september 2013

Softe porno of Franse literatuur?

Sommige van de zachte subtiel behaarde velletjes laten makkelijk los. Ze onthullen een zachte glibberige zoet geurende vrucht met harde pittige pit. Onze eigen perziken, het boompje in de supermarkt, gekocht een paar jaar geleden als abrikozenboom voor 7,95€, verkeerd geëtiketteerd. Met een wat afgekoeld hart maak ik de 3 kilo schoon voor jam. Er valt een hoop te verwerken, naast de oogst; Gasten die stilletjes vertrokken met het schaamrood op de kaken en letterlijk 0,0 alcohol meer in de kast. Zelfs niet 'het dure spul' om l'eau de vie van te maken met peertjes, de ontwenning van een ingesleten gewoonte waar liefhebbende vrienden nog meer de nadruk op leggen als wij zelf willen en doen, een te korte zomer die opeens herfst is en een bedrijvigheid inclusief controleur van groen-ondernemingen die mij zenuwachtig maakt. Ik wist al wat maanden beter.
Terwijl de vruchten-met-dubbele-bodem door mijn handen gaan, passeren de eerste paar honderd bladzijden van 'Vijftig tinten grijs' de revue. U mag weten dat ik niet zo van grijs tinten houd. Helemaal niet zelfs. Duidelijkheid graag, iets is zwart, wit of iets van grijs en niets er tussenin. Het leidt enkel tot verwarring. Maar ik ben dan ook pas op pagina 195 van de ruime 500 van boek 1 van deze hype-trilogie, softe porno voor huisvrouwen.
Afgelopen 14 maanden las ik de 6 boeken 'Duin' van Frank Herbert en de 7 van 'De Donkere Toren' van Steven King. U mag best concluderen dat King geen Dostojevski of Hemingway is, dat de Sci(ence)-Fi(ction) van Herbert geen literatuur genoemd mag worden, maar beide werken met grote klasse en mate van diepgang blijven hoog uittorenen boven de toch opwindende boeket-reeks van de 50 tinten grijs. Dit ondanks dat beide reeksen zo goed als seksloos zijn, koud, dus grijs?
Vandaar dat ik wat voor me uit zit te gniffelen tijdens het 'villen' van eigen perziken waarvan het boompje destijds afgedaan werd als abrikoos, de zoete glibberige sappen druppen op de snijplank. Ik heb het proud to be stout eerlijk gezegd een beetje gemist. Als er gasten zijn, moeten we hosten. Vooral in het laatste geval was er geen centimeter speelruimte, bleek later, om even los te laten en eigen ruimte te nemen, als M&M.
Het is stil in huis, ik ruik de vrucht, zo zoet, al zitten er een paar groene tussen, geuren doen ze allemaal. Die 14 maanden lang heb ik enige ondeugd wel gemist in mijn onmisbare leesmomenten, het vluchten in een ander zijn verhaal, het duiken in een wereld die niet de mijne is, het wel zou kunnen zijn. Want mijn leven blijft een boek! Ik probeer bij te komen van een kleine maand jong spul over de vloer. 'Kinderen' in volwassen verschijningsvorm. Mensen die wij inmiddels doorzien, misschien wat laat, en de boodschap kunnen laten voelen. Oude sok die ik me voel, maar met ondeugende kracht die altijd doel treft.
Proud to be Stout maak ik dus perzikenjam. En Lief maar mokken, op struintocht naar peuken, vergeten, ergens, asbakken? (leeg en opgeruimd), de leegte confronteert, mij ook. Maar de leuke ondeugd is wel een goede afleiding, invulling, ik schenk nog een rode in, eet een wortel. Alle voorraden gingen hard met z'n vieren. Ik ben stout geweest. Niet in de slaapkamers, maar door Jack en Alexandra weg te jagen op mijn manier. Ik was er klaar mee en zo ook Lief. En nee, het stoppen met roken is geen excuus te noemen. Het droeg er alleen aan bij eerlijk bij onszelf te blijven, open, echt, geen vluchtwegen aan te willen boren.

Ja, ik ben 'proud to be stout', lees alle 500 bladzijden van die tinten grijs, dit zonder de tinten te willen zien. Daarna is er een winter voor echte literatuur van wereld niveau, want het gaat tijd worden voor de volgende uitdaging; Franse literatuur, in het Frans gelezen. Misschien te beginnen met Honoré de Balzac?

dinsdag 10 september 2013

Kicken op eiken

Vandaag trok Lief aan de teugels. Om half 9 deze ochtend zet hij de kettingzaag in een spontaan gevallen eik onderaan de puinhelling halverwege het stuk bos waar we schuilden van de lente, aan de andere kant van het ravijn. Voordat je daar bent met kettingzaag en boodschappentas met olie, brandstof, water en een cracker...
Maar nog geen teken van leven in het benedenhuis, de gasten worden steeds aanmatigender en wij daardoor steeds chagrijniger. (Het stoppen met roken heeft daar wat mee van doen, 'zegt men'.) De zware kettingzaag en de kloofbijl liggen klaar op de buitentafel met een briefje dat we hun hulp nodig hebben. Zou het werken?
Ik ben afgelopen 2 dagen flink tekeer gegaan, heb ongegeneerd van leer getrokken, enz... ehm etcetera.
Ik ben aan de andere kant van ons terrein Sarko aan het zoeken om hem mee te nemen naar de eik. Dat is een oefening off-road. Meer voor mij dan voor hem trouwens, hij is net een geitje van 150 kg. Ik dump de ezel bij Marc en al dat hout en ga ze maar halen, weer helemaal naar boven, zware klim. Maar zaag en bijl zijn weg, ze hebben een andere route gekozen, een geruststelling.
Met z'n vieren worden we steeds blijer van het zware werk op een natte steile puinhelling. Klotewerk, mag u weten, maar het verzet de zinnen.  Om half 12 ren ik terug naar boven, kook macaroni, pak een 2e boodschappentas met warm eten, pickled courgettes (lekkerrrrr), litertje wijn, plastic bekers maar gewone borden en bestek en zeul dit alles naar beneden. Tot 3 uur werken we door, is de eik in mootjes en leg ik op de valreep nog even 2 eiken om.
Daar krijgt Tien een kick van!
Nu Sarko nog trainen dat hij beetje bij beetje al dat hout over drie jaar naar boven mag sjouwen. Voor nu hield hij het vrij grazen tijdig voor gezien. Hij loopt al smullend zoetjes terug naar zijn kant van het terrein, rust en geen gezeur aan zijn oren. Hij kent de weg.

maandag 9 september 2013

STOP

Eigenlijk wil ik er hier niet over schrijven. Maar het hoort wel degelijk bij die hele ommekeer. Die immens grote verandering die mij alleen maar meer Tien maakt, inherent aan mijn leven in de natuur, met de natuur, verstoken van een ratrace. Niet het verhuizen naar Frankrijk. Ook niet de verandering van het leven in Frankrijk als (nog) Nederlandse. De grote verandering die me begin vorig jaar besloop. Een innerlijke ommekeer, een renaissance, een wakker worden, volwassen worden zijn, spontaan en ongevraagd, wél een reactie op de verandering van omgeving Randstad --> Franse jungle.
Roken past me niet meer. 
Het voelt al jaren verschrikkelijk om al het geld uit te geven, de maand- en weekboodschappen, diesel, extra's, eten voor alle dieren en on top tabak. Belachelijk en ik hoef het hier niemand uit te leggen.

Ik ben onredelijk, onredelijk chagrijnig, leg op ieder babyslakje een pond zout, gedraag me als de verschrikkelijke bitch, als waakhond op falende mensen, wee Lief of de gast die 'mijn' huisregels overtreedt, loop me vooral niet in de weg, hang die was juist op als ik er niet om vraag (want je hebt het gedaan hoor; als die was niet hangt als ik thuis kom) en iederrr drrruppeltje watttterrrr op het aanrecht mag er niet langer dan een 2 minuten liggen, begrepen?
Och arme arme... Lief en gasten. 
Marc stopt mee. Die loopt volledig gedesoriënteerd een pingpongballetje te imiteren, inclusief ledigheid. Lief heeft mijn steun nodig, maar zal me het liefst afbranden, tot aan de grond. Lief vindt het allemaal reuze meevallen met dat Stoppen. Toch geen andere rokers in de buurt, geen kroeg of tabakswinkel, ideaal. Dat waart mij vrij de bitch te zijn, terwijl juist hij voorspelde de verschrikkelijke boeman te worden tijdens het afkicken.
Moeaaaaaah, andersom dus!

Ik heb nog niemand de hersens ingeslagen. (Krijg ik nu een schouderklop?)
Ik heb 1 sigaret gejat tijdens het werken. (FdM bij een ouder stel dat het pakje sigaretten naast mijn klad-offerte en urenbriefje hadden liggen. Kat op het spek binden.) Gatver, wat is dat vies, al na 28 uur niet roken!
Ik vind wijn nog lekkerder, bevestigt mijn gevoeligheid voor afhankelijkheid cq verslaving.
Ik ervaar het als ontzettend fijne steun als (net)vrienden ons steunen door al dikke echte knuffels te geven, bemoedigingen, raad (TOP-Training) en heuse cadeaus in het vooruitzicht.
Ik kan ontzettend 'genieten' van 'The little book of quitting' van Allen Carr.
Stoppen is kloppen!

Maar raar mensen, wat is dat raar! Lief rookte 30 jaar, ik precies 20. Het is genoeg geweest.
STOP



zaterdag 7 september 2013

donders geluk

Het begon zo net na middernacht. Ik heb net m'n boek weggelegd als ergens in de verte een geluid klinkt alsof er een landverschuiving is. Gerommel, diep en zwaar, de aarde lijkt te praten in dezelfde taal als dat er in de gorges een boom omvalt. Het gegrom komt dichterbij. Toch die enorme reus die door de gorges geul loopt en rotsen wegschopt als waren het kiezels? Gerommel, gebrom, gedonder; onweer dus. 
Meteo kondigde het al aan; drie volle dagen met heftig lokaal onweer. Wij denken dan 'Het zal wel, Meteo klopt bijna nooit'. Toch haalden we de was voortijdig binnen, de tomaatjes die in de zon lagen te drogen en zetten we wat zaken vast. Je weet maar nooit.
De eerste donder, die zo van ver weg heel zachtjes dichterbij komt, nauwelijks harder gaat klinken, is de voorbode van een stroomstoring. Het stenen huis met haar stenen daken, een 100 kg per vierkante meter, absorbeert het geluid, een trilling voor mensen niet te voelen. Maar met mijn hoofd op het kussen komt het wel door dat deze bui een trage start maakt om voorlopig niet meer op te houden. De regen begint te ruisen door het blad van de acacia voor het huis.
Het werd deze nacht niet meer stil. 

De 2e donder die gelijk overging uit de rommelende aankondiging geeft een klap, vergezeld van de steekvlam die uit een stopcontact in mijn kamer komt. Een mini bolbliksem, maar dan binnen in plaats van buiten. Dat was onze stroomvoorziening. Ik ken die steekvlam. Zo eens per jaar doet dat onweer dit. Toch kruip ik op handen en voeten naar het halletje om daar op de tast een grote maglight te pakken. Ik passeer een doornatte kat, Cros. Die gaat juist op jacht als het regent, maar zal de muis nu al wel verschalkt hebben om zich op het kleed goed te wassen af te drogen. Geen tijd om hem aandacht te geven. Ik moet eruit, alles nakijken, of er nergens een brandhaard is ontstaan door ploffende stopcontacten, andere kortsluiting. Want van onze gekleurde deels on-geaarde spaghetti, daar klopt geen zak van en is in deze gevallen linke soep.
Ik verwacht Lief met een andere maglight, maar het is binnen zo stil als het kan zijn tijdens een typisch Franse onweersbui. De donder en bliksem wisselen elkaar niet eens af. Het onweer maakt er een rommeltje van. Het lijkt ingesloten in de gorges, gevangen genomen door het meer, de atmosfeer, de energie kan nergens heen en probeert zich te ontladen. De regen komt zo hard naar beneden dat het in het donker lijkt op een zware natte deken die blijft vallen, een bodemloze put in. Een zwaar geluid. Donders sterven weg als gerommel, later gebrom, om weer aan te zwellen tot een volgende klap die het huis geduldig in zich opneemt. Iets wat het al eeuwen bij tijd en wijle doet. 
Ik woon in een veilig huis, rommelige spaghetti in de kast of niet. 
Ik hoor alleen Castel een piep geven. Ze probeert natuurlijk de bar in te komen, waar Alexandra en Jack voor het eerst deze gewaarwording hebben. Omdat de hond er echt niet in mag, hoe zielig, nat en verkleumd ze ook is, breekt ze in in de schuur. Dit door het kippengaas, gespannen in de opening van de schoorsteen, open te wurmen. Ze weet het 'donders'goed als we haar deze ochtend aankijken en naar dat glasloze raamkozijn wijzen. Met de staart tussen de poten schuifelt ze beschaamt naar haar huis.

Opstaan, wakker worden, geen stroom, is geen internet, geen zaken regelen, dus mobiel bellen met de EDF. Marc is voor de koffie naar de paal gelopen. Een 800 meter terug op het bospad staat die stenen paal met de meterkast erop gemonteerd. Die kast is altijd open geweest, het zegel al lang verbroken. Want de storingen komen zo frequent voor, dat we zelf gemachtigd zijn om de knop weer om te zetten. Als de bliksem inslaat, dan altijd eerst in de kast, ideaal. Deze keer is het roetzwart in de kast. Het valt nog mee dat het kunststof niet gesmolten is. Lief belt, maar een onduidelijke damesstem ratelt het nieuwe storingsnummer op alsof het ook met een slechte mobiele verbinding prima te verstaan is. Ik mag het proberen te ontcijferen. Ook mij kost het 4 keer bellen en dan is er eindelijk verbinding.
Uiteraard hebben ze het na deze bui extreem druk met storingen. We hebben er een hard hoofd in dat ze vandaag komen, tis tenslotte weekend! De storingsdienst weet wel gelijk te melden dat de stroom niet stopt in de zwart geblakerde meterkast, maar bij de centrale aan de overkant. Oeps, echt mispoes deze keer.

Terwijl ik mijn ezelventje op ga zoeken in het bos, hij slaapt tegenwoordig beneden op de steile helling die amper toegankelijk is voor twee-potigen, gaat Marc een generator lenen bij de elektricien, de vorige eigenaar van Sarko. Op de pof krijgt Lief benzine mee van de garage, weer bevestigd Philippe dat hij een koper weet voor de L200. (Wat een heerlijkheid toch, wonen op het Franse platteland. )
De generator wordt gelijk aangesloten op de vriezer, want dat vinden we toch belangrijker als email of telefoontjes plegen. Ik heb nog het goede voornemen om met Sarko naar de paal te wandelen, of verder als het even stopt met regenen, daar een foto te maken van die zwarte meterkast. Maar na een siësta is het al te laat, want alles blijkt al verholpen. 

Van slag en moe zijn we alle vier. Nauwelijks geslapen, Tien heeft eens geen wijn gekocht afgelopen donderdag. De gasten vatten het op als een signaal dat we even terug naar de basis moeten. Goed begrepen. Verder zijn M&M zenuwachtig, want ik heb donderdag ook besloten gewoon geen tabak meer te kopen. (Wat een opluchting, een stimulerend voorproefje van hoe het is een niet-roker te zijn.) De dag van het lege karton is dichtbij, morgen, zondag. We zijn het zat, vinden het stoppen eng, maar zijn vastbesloten. Van slag en moe vertrek ik naar de stal in de hoop een wandeling te maken met Sarko. Daar begint het weer te regenen. Sarko krijgt de volle laag; knuffellaag, borstelen, beetje dollen en mijn hele verhaal. Van een wat gekrenkt dier trekt hij bij tot lief maatje dat ondeugend aan de hoeken van mijn boek begint te sabbelen tot hij de oren moet spitsen. Marc komt de varkens voeren. We kletsen even bij, in het Nederlands, prettig, terwijl het volgende onweer aan komt waaien, de regen weer met bakken het bos grijs kleurt.

We zijn gelukkig, ook nu, met een generator op het achterterras.

vrijdag 6 september 2013

What's in a Whisper?

What's in a word? 
Met andere woorden, een woord kan net zo veel zeggen als dat het niets zegt.
What's in a whisper?
Met andere woorden, een gefluisterd woord is meestal niet veel goeds.


Ik vind niet snel iets onbeleefd. Ben gewend aan een ongekend grote zee aan vrijheid, waar ik nog deels mee om wil leren gaan. Zo makkelijk is dat niet mag u weten. Alle begrip voor (andere) outlaws, mensen die er niet bij schijnen te horen, hun eigen bubbel creëren en hun weg zoeken, vinden, bewandelen.
Toch bleven M&M hangen op een ongeschreven regel.
We hoorden er opeens niet meer bij. Voelden ons onbetaalde entertainers. Iets dat ik echt niet kan, al zou ik willen. Het levert me altijd weer een onbehaaglijk gevoel op. Ik gebruikte dan ook de hele donderdag om erachter te komen wat ik ervan vond, en waarom.

We gaan eindelijk picknicken, woensdag. Het is toch te warm. Enthousiast pakken we wat te eten, drinken en goede zin. Boek mee, opvouwbaar BBQ-roostertje mee en andere handige rommel. Sluiten het huis af, laten de beesten aan Castel over en vertrekken naar het meer aan de overkant, het reservoir voor de batterij; het stuwmeer. Een groot alles behalve rond meer met diverse strandjes waar je van alle kanten op kunt rijden. Waar je zomers misschien 2 vissers ziet en met een verrekijker misschien andere luilakken en pyromanen die willen oefenen.
Marc scheurt enthousiast het strand op, nagekeken door een enkele visser die zijn 4x4 ook maar pontificaal op het strand heeft geparkeerd. Hier geen tsunami's, maar langzame niveauverschillen. 
Alexandra en Jack zijn direct verdwenen, aan de wandel, whatever. Marc gaat een doek spannen, tegen de late nog hete zon. Gaat hout sprokkelen en kijkt naar mij terwijl ik een koele duik neem en later geniet van het spiegelende oppervlak terwijl de zon zakt. Op mijn knietjes in het water, een weids uitzicht dat ik nooit heb, een zonsondergang die we moeten missen.
We lezen, knabbelen alvast wat pretzels weg en wachten. Tot het stel 'aan wil schuiven' en de picknick kan beginnen.
De worstjes gaan op het rooster en ik hoor ze denken 'geen wijn meegenomen?' Nee, soms lijk ik naief. In het halfduister lijken we te genieten van aardappelpuree, gebraden worstjes, olijven, brood met salami en stukjes kaas. Maar het wordt stiller en stiller rond het kampvuur. Marc gaat apart op een kussen liggen met opgetrokken knieën, zodat zijn hoofd erachter verdwijnt. De tortelduifjes kruipen bij elkaar en ik moet maar in de rook gaan liggen, de enige beschikbare plek rond het vuur. Ach, het scheelt weer een bult of 6.
'Ze' starten met fluisteren. Dat houden ze zo een uur vol. Ik krijg het potdomme steeds kouder op mijn kleedje en verbaas me iedere minuut meer. Niet over de zojuist voltooide pracht van de zonsondergang. Niet over de immense sterrenhemel, de melkweg, de uil die over onze hoofden scheert.
Nee, over een zeer onbehaaglijk gevoel, een bijgeluid dat het lezen stoort. Het gevoel van vrijheid is verdwenen. Ik hoor er niet meer bij en zit er voor Jan Doedel.
Want al het gedeelde is onhoorbaar,maar overduidelijk aanwezig. Het maakt me pissig en tegelijkertijd weet ik ook wel dat het stel sociaal niet zo sterk is, zeker de speelse ex-marinier niet, die volgt gewoon orders op en kijkt verder niet achterom.
Marc hoort het ook dat uurtje aan. Hij is te ver weg, geen idee wat hij denkt of voelt. Dus vraag ik hem bij mij te komen zitten. Maar nog zijn alle kanalen potdicht, gesloten voor contact. En bedankt hè, jullie samen.
Ik ken maar 1 verweer; Nederlands praten. Want een confrontatie is (nog) niet nodig en wederom kan de les misschien anders overgedragen worden. De les van fluisteren in gezelschap. Niet 1 keer, ff, nee, non-stop.
Plots is Jack spullen aan het pakken, de helft dan. Horen we gepraat bij de Blauwe om de hoek van het strandje. Hij staat daar tussen stenen en toen-bomen geparkeerd. Wij blijven stug naar de sterren kijken, met ons rug naar de belachelijke situatie toe. Ze komen niet terug voor de rest van de spullen. Dan wij maar.
Bij de auto staat Alexandra in het donker wat te dralen terwijl Jack onder het tentdoek op het halve bed in de Blauwe ligt. Ben ik ook zo geweest in mijn late puberjaren??
Ik besloot niks te zeggen, even niet. Maar uitzonderlijk maar waar schiet Marc vriendelijk uit de bocht door aan te geven dat praten toegestaan is, je uiten mag. Jack bleek het koud te hebben en moe te zijn...
Ok.
Zeg dat dan! Knurft.

What's in a whisper?
Heel veel!
In dit geval 'how to upset your host'.

woensdag 4 september 2013

brood, wijn en spelen

Bijna middernacht. Ik stuiter nog even na. 
De vriezer ook, die heeft drie standen; normaal (groen lampje), extra (oranje voor meer vrieskracht) en rood (alarm). Voor het eerst ging het rood branden, want tot de deksel vol met deels nog warme broden en cakes was teveel van het goede voor de 360 liter. Een topdag met hulp, 6 man voor de pizza tussen de middag, 77 broden die een knapperige korst hebben. Net als de 32 cakes trouwens. De pizza's meten na de lunch weer die vierkante meter, de 4x afwassen achter de rug, vloer gedweild, Simon weer onthaalt voor een vergeten sok en telefoon na de douche van gisterenavond. Wat een hectiek zonder onvertogen woord. 
Nee, troost u. Niet 1 foto genomen, geen filmpje gemaakt, u weet het nu zo onderhand wel, van die broodbakdagen. Ze worden steeds beter en gedeeld maakt ze perfect, hoe vermoeiend ook.

Door een nummer op de radio komt het gesprek op pijl en boog. Die heb ik liggen. Ik schoot er ooit in de tuin in Nederland een merel mee dood, per ongeluk, beginners'geluk', arme merel!
Jack en ik delen een fascinatie voor wapens. De ex-marinier wil erg graag even schieten, maar ons jachtgeweer of de buks staan netjes ongeladen stof te vangen in een hoek. Dat mogen ze blijven doen. Maar die pijl en boog kan toch wel even afgestoft, nagekeken? Ik heb een piepschuim doel, dat we tegen een boom aanzetten. Een fikse acacia, die kan de missers opvangen. We schieten even, van dichtbij. Voor de lol tekent Jack er wat kinderdieren op. Ik kijk even aan of ze beide snappen dat we hier geen dode dieren willen zien, want dat gaat hen zeer doen, dat zweer ik!
Nog wat last van een elleboogblessure laat ik de kinderen los en ga verder met een afwas. Uiteraard missen er een paar en raakt 1 van mijn dure pijlen zoek. Potver! Ik begon gelijk spijt te krijgen van mijn doe-maar-speel-maar stemming en licht mokkend en erg moe ga ik om 18 uur het bos in, off-road met Sarko. Want al dat brandhout in het bos, kom op, dat is voor ons. De ezel zal het werk moeten gaan klaren, over een paar jaar. Boek en flesje drinken mee, wegwezen. Moeders kunnen onredelijk worden als ze moe zijn, bekend??

Even tussendoor; Het bovenhuis is aan beide zijden geflankeerd door secadou en schuur, de hellingen zijn stijl, de stal ligt schuin onder en 100 meter achter die secadou. Het hondenhuis met eronder het tuinhok staat verscholen onder die oude brede acacia waar dat schietdoel tegenaan staat. 

Waarom ik het even over de ligging van de stal heb? 
Lief gaat de varkens eten geven terwijl ik met Sarko aan de andere kant van het ravijn tegen een boomstronk wat zit te lezen. We geven ze nog altijd eten rond de stal, vaste tijd, vaste plek. Nu daar waar ze een vergeten pad mogen schoon vreten en wroeten. Ik chill, neem mij-tijd, hoe vluchtig of traag deze zich ook aandient. Bij terugkomst laat Marc me een pijl zien, trots op de nu lege schone tafel. Ook hij liep te mokken dat de pijl het bos in was geschoten, hij kent het verhaal over de merel en is soms wat bevreesd voor het overmoedige stel met op die leeftijd zware rugzakken.
Tussen de onderdeur van de stal en de bovendeur, die van de hooizolder, is een verhoging, uiteraard een drystone wall in erbarmelijke staat. Daar ziet Marc de felle kleuren van de pijlveren! Daar lopen Lardon & Jambon, veel te klein om nu al te slachten. Er loopt, jawel, zwarte kip. Daar staat Sarko vaak en op de route van de pijl loopt er nog wel eens een moedige kater. 
U mag weten, Jack heeft heel erg veel geluk. Tijdens het bakken van de cakes, starten Jack en Alexandra een speurtocht net achter de acacia op de helling, in de manshoge bramenbossen, riep ik hem al toe, dat als er een dier geraakt is, dat per definitie zeer gaat doen. Ik krijg in de opmerking niet mijn zonovergoten lach geperst. 'Bij mezelf blijven' roept een stemmetje. En dat is goed geweest. Hij heeft de waarschuwing binnen.
En M&M kijken elkaar weer eens glimlachend en zoetsappig aan en zeggen "Zo lopen de dingen hier, vanzelf & goed."

zondag 1 september 2013

Wat wordt het?




Van alle drie weten we niet wat het gaat worden. De vlinderpop is erg groot, ik heb hem weer begraven in de warme aarde. Nu zonder aardappeltje aan zijn zijde. Het zou een grote pijlstaartvlinder kunnen worden, maar welke van de vele?
De rups in het midden is met 7 cm ook geen kleintje. Het het vernuftig ingepakte rupsje op de onderste foto zal als vlinder ook wel gecamoufleerd zijn.

Kan iemand namen vinden van deze vlinders-in-wording?

vissen

 Door de behoefte aan zoetwatervis willen we graag vissen. Op de markt verkopen ze zeevis, schelp- en schaaldieren. Erg duur, want dat moet met vrachtwagens deze kant op, geen kleinigheid, want die tientonners kunnen hier niet komen. Vissen met een hengel kost veel tijd, leuk als hobby, maar zo dik in de vrije tijd zitten we niet. Ook blijven onze blinkers in de bodem steken achter keien, rotsen en bijna versteende bomen. Vissen in een stuwmeer vlakbij de turbines is een extra moeilijkheidsgraad. Nu juist deze turbines zijn afgesloten voor het grote onderhoud (logje - onderhoudsproject-barrage) lijkt het waterniveau natuurlijker en stabieler. 
De wereld waar Lief, ik en de vrijwilligers instappen vlak voor het donker en tijdens het allereerste blauwe licht van de dag, is van ongekende stilte en schoonheid. Het is ontzettend jammer als we herrie maken, met water plonzen en moeilijk doen in een piepklein bootje voor maximaal twee.









Marc begon het visavontuur met een hengel. 2009, toen we de oude bestofte hengels vonden in een hoek in de schuur. Uren stond hij daar. En ik maar blinkers opduiken, los halen van de bomen waar je langs moet gooien, hengels bevrijden van takken op de kapstokboom... (Marc heeft een hekel aan zwemmen in dit koude water, ik geef hem geen ongelijk meer met een gemiddelde temperatuur van 14 graden) 
Met ook een keer onderstaand effect. (2009)

Het is Marc 3 keer gelukt in al die jaren. Deze karper Kopvoorn oftewel Chevesne, een fikse forel en een grote zeer smaakvol uitziende vis die wist te ontsnappen na van het haakje bevrijd te zijn.

De Chevesne en de forel zijn gerookt en opgepeuzeld. Maar na 3 jaar zouden we wel weer eens een visje lusten!

Dus kopen we een bootje, trailer inclusief. Het was een 3 uur rijden, een mooie dagtocht. Een net, een drijflijn, zo besteld. Loodveter en boutjes verzwaren ook goed.

Paul en Lief gebruiken eindelijk het oude stuk roest dat me als een doorn in het oog in de weg lag op het terrein. Een geimproviseerde installatie om boot met trailer op het droge te trekken.

En zo komen we steeds dichterbij het punt dat we het net kunnen spannen tussen twee bomen in het meer. Lege kannetjes als drijvers, zinklijn, drijflijn... Maar och, wonen aan een stuwmeer in bos verpakt!

Eén probleempje; Het niveau van een stuwmeer wisselt per dag. Soms meerdere keren. De centrale staat in Toulouse. Alles is geautomatiseerd. Als er ergens meer stroom nodig is, gaan hier de turbines en de pompen draaien. Binnen 24 uur kan dit enorme meer zo goed als leeg (dan is het een riviertje), maar net zo goed helemaal vol. Dat visnet hangt dan in de lucht, of is onbereikbaar ergens een paar meter onder water. Er is geen pijl op te trekken, er zijn geen vaste momenten dat de knop omgaat in Toulouse. Altijd weer spannend. (Lees; frustrerend)
Onze vrijwilligers vinden het wel een leuke klus om de drijflijn en zinklijn te verbeteren. Uren hebben ze nodig om de drijflijn met lussen vast te zetten en de zinklijn te verzwaren.

Op en neer, elke dag weer. Denken, nachten over slapen, tekeningen en schetsen, weer een poging na het uitpluizen van het net. Geen vis, niet 1.

Meditatie nodig? Net schoon maken. Ik heb er een hard hoofd in of het ooit gaat werken. Ik pak toch liever een sprinkhaan en een hengel om in de pracht van het moment in het bootje te gaan zitten, stilte. Maar ik sta enig en alleen...