donderdag 30 augustus 2012

 Oogst

Zomaar plaatje 

DQ 

Sooty, draak!!!

de eerste tekenen

De eerste tekenen van breken, lang slapen, besluiteloosheid in kleine dingen. Fel in de grote zaken, beslissing nemen, hoppetee!
Zoveel nieuwe mensen, net ontmoet of die verdieping verder.
Taalles, steeds en overal.
Muziek, wespennest waar ik vol in grijp en niet geprikt word...
Mijn trouwdag die niet onopgemerkt voorbij ging zoals de 5 jaren daarvoor, het hakt erin, geen foto geplaatst, ging me net te ver... (Het kan dus wel, grenzen ervaren op een weblog die ik elders niet heb.)
Ik laat even alles vallen.
Informeer Nadine waar ik zit met mezelf, ze komt langs, ze is lief voor me.
Ik ben creatief met een 'niet storen bordje' dat ik schilder met een heel fijn penseeltje, ook op dit paneeltje schrijf ik, tekst en schilder ik blaadjes, takjes, stipjes, freubel en denk na...
(Over de Liefde, mezelf en hem...)
De eerste tekenen, dat ik geen tijd maak om te schrijven, hakketak wat kernwoorden.
Ut moet er toch uit.
Sooty die mijn slaapkamer uit rent en wel met zo'n vaart dat ze vergeet dat er een trapgat is en geen trap. Poesje flikkert dus zo naar beneden via de halogeenlamp op het bureau tussen de snoeren. DQ en Merlin kijken haar verwonderd na op het randje van de kleine overloop met de krakende planken, hilarisch. Sooty snelt de trap al weer op alsof er niets gebeurd is, de acrobate!
(Dezelfde acrobate die zich zo prettig voelt na het inbreken in mijn slaapkamer vanochtend vroeg, dat ze op mijn kussen net boven mijn hoofd een flinke plas gaat zitten doen. Ik heb nog nooit zo hard een poes 'geduwd'... Geloof me, ik schaam me er bijna voor hoe ik reageer als ik vieze warme kattezeik via mijn slaap mijn wang voel verwarmen!!!!!!!!!!)
Cros wordt 'un chat sauvage', niks aan te doen. Hij wordt er wel mooier van, nog mooier, één bonk spieren, erg groot en helemaal thuis in het bos, mijn Franse Boskat, ben er bijna trots op om een gedomestiseerde kat zo uit te kunnen zetten in het wild, het staat hem goed. Brokjes eten doet ie nog altijd thuis en in me kruipen als we samen zijn ook, maar meneer de Boskat kan erg onverwacht uithalen en bijten, dan wordt het hem even te veel, of zoiets.
De eerste tekenen van angst, omdat hij vanaf half september al thuis zou kunnen zijn. Ben ik daar klaar voor? Misschien en toch bang van niet.
Tijd om me even af te sluiten?
Een beetje dan, alleen wat kernzinnen en woorden, laat de klok maar door tikken, de tijd klinkt verzachtend.



vrijdag 24 augustus 2012

.

2e Avond dat ik test of er hoornaars binnen komen als ik alles dicht doe aan de voordeur kant van het huis. Succesvol tot op heden, geen één in huis, ook geen gestoorde, prikkelbare en oververmoeide zwerm rond de buitenlamp (die uitblijft). Alsof zij dankbaar zijn dat ik hun nest niet roer en ik dankbaar, omdat ze me met rust laten.

De kattenbende... DQ doet het leuk met de twee kleintjes. Cros houdt zich afzijdig, achter het chateau slaapt hij, zit hij op de uitkijk als ik thuiskom en hoor ik hem af en toe brokjes eten onder de trap. Daarna snel weer door het luik terug naar huis; het bos. Normaal tam wordt hij nooit meer, het blijft mijn oogappel, ook als hij zich nauwelijks laat zien. Joppie is 20 jaar, moe van al die verhuizingen, veranderingen en dus ook van wild klein spul. Hij wil op schoot en knorren, hapje eten, in de schaduw pitten en met je mee uit wandelen, al zijn het 3 kilometer! naar de bruggen en terug.

Wat een mens nodig heeft; soms alleen maar de enige perzik die een jong perzikboompje rijk is, een heerlijke grote eigen vleestomaat uit het vuistje, een verdwaalde volmaakte aardbei tussen de haast verdorde plantjes en een kleine stekelige bio komkommer, zoals alles in de moestuin. Een kostelijk licht avondmaal al kuierend genoten terwijl ik de meloentjes gegroeid zag, de courgettes nog stevig overeind ondanks de warme droogte en kleine kropjes ijsbergsla.

Er liggen even erg veel zaken op mijn bordje, extra dingen te regelen, van die volwassen kost met banken, makelaars (na 4,5 jaar je huis te koop hebben staan, is dat heel zware kost), overheden en verzekeringen. De ruggenspraak met Marc verloopt goed, maar het wordt er niet makkelijker op. Toch heb ik een rustig vertrouwen in het nu, met als neveneffect de rust dat er in de toekomst dus ook vertrouwen zal zijn, mooi, dan kan ik dat loslaten.

Vanmiddag weer bij het vriendelijke stel de draagbalken van het plafond schilderen. U weet wel; die mooie zware antieke balken die de bovenverdiepingen steunen en het zware lauzedak van het bijna mini-kasteeltje achterin het gehucht. Alles goed en wel hoor, ze zijn heel tevreden over mijn kunnen, maar om die balken een grijs zanderige kleur te schilderen met kleine kwastjes om ook alle houtwurm gaatjes te kleuren, ieder barstje in het gezandstraalde hout... Ook al is het gedaan met Farrow & Ball verf, dan nog... NEEEE, lelijk!
Maar goed, via hen in de toekomst weer meer klusjes en het zijn schatten van mensen. Ze hebben 7 vrienden over de vloer uit Parijs, die mensen maken me ook mee en het wordt steeds gezelliger en informeler. Lili, een prachtige Blauwe Rus (poezenras) met overgewicht en een knalrood halsbandje houdt me gezelschap terwijl het gezelschap in de schaduw van een prachtige es op de voorplaats rust na een maaltijd. (De geuren.... ik geloof niet dat ik nog durf te beweren dat ik kan koken...)

donderdag 23 augustus 2012

Paulo Coelho

Normaal ben ik niet zo van het citeren, maar deze publicatie in het tijdschrift Ode wil ik mijn lezers niet onthouden. 

Om goed te lezen, kun je het article aanklikken en downloaden.

'don't stir up a hornet's nest'

Lente 2009 word ik geprikt in drievoud door drie wespbijen, ja die bestaan en kunnen fel zijn en sneller dan het licht, lijkt het. Ze bevestigen dat ik een allergie heb voor de steken van wespen, bijen en dus ook hoornaars. Het gebeurde niet thuis, maar tijdens het sluiten van een hek dat samen met een pierre-seche muur een boomgaard omsluit. Ik was twee dagen ziek en heb weken pijn en jeuk gehad.
De eerst volgende keer dat ik de wespbijen zie is tijdens het water geven in de moestuin dat zelfde jaar. Ik wil mijn gieter in de bak vullen en zie er enkelen vliegen en drinken, ja, dat water is hier van iedereen, het komt zo puur uit de de scheuren van de berg gesijpeld en gestroomd, zomaar, voor niks en brandschoon door het zuiverende zand dat vorm geeft aan het graniet waar dit huisje van gemaakt is. Ik stop accuut met bewegen, want weer ziek zijn van die steken zie ik niet zo zitten. Ik zet de gieter neer en kijk rustig naar de venijnige insecten hoe ze drinken. Ook zij hebben recht van bestaan, waarom in paniek de dieren doden of me juist ondergeschikt opstellen en een andere waterbak kiezen om de planten water te geven die zij misschien bestuiven voor de vruchten die ik oogst en eet?
Het klinkt zweverig, maar toch ga ik met mijn intentie 'het gesprek' aan met de wespbijen bij de waterbak. Ik zeg ze toe en vraag toestemming het gegeven water te delen, hen ook te bedanken voor hun rol in het prachtige evenwicht dat deze plek rijk is. Ik pak mijn gieter en tussen de wespbijen door vul ik hem en ga de moestuin water geven.
Sinds dit moment ben ik al drie jaar niet meer geprikt door wespen, bijen, bijwespen of die hoornaars die hier ieder jaar rond vliegen en op een bijzondere manier hun eigen rol hebben. Nog nooit hebben hoornaars mij geprikt, dus ergens heb ik geen recht van spreken. Ik weet wel dat mijn vader vele steken op zijn hoofd en in zijn hals heeft overleefd, opgelopen door het verstoren van het nest tijdens het bosmaaien.
Overal lees en hoor ik de verhalen van nesten die zijn verwijderd, soms ten koste van 100 euro!! om insecten te doden met gif dat ik je reinste onzin vind als het niet echt nodig is.
Eerst probeert John het nest te raken met zo'n gifspuitbus, wat jammerlijk faalt. De avond na hun vertrek staat de voordeur open en heb ik de huiskamer verlicht om te kunnen schrijven. Als stamgasten op de enige vrije avond stromen de hoornaars binnen om rond de twee felle lampen te vliegen, luid zoemend op zoek naar het licht en de warmte. Ik tel er minstens 30, in de kleine huiskamer met mij eronder achter mijn pc. Ze komen wijn drinken en over mijn beeldscherm lopen, maar zijn allerminst geinteresseerd in mij. Wel loop ik voorzichtig over de tegelvloer, want er lopen er een paar, sommige al reeds creperend om een paar dagen daarna uitgedroogd en met gekromde lijfjes opgezogen te worden door de stofzuiger of naar buiten met de bezem. Ik ga eens lezen op internet over de hoornaar en de nesten. Samen met de krachtige mening van alle mensen dat de nesten vernietigd moeten worden omdat ze gevaarlijk zijn, zeker als je allergisch bent, de waarschuwingen, de gegeven informatie en de ervaringsverhalen op sociale netwerken, ga ik naar het gemeentehuis om iemand te vinden die het nest wil komen verwijderen, want dit aantal groeit me boven het hoofd.
Ik heb even geen puf meer (lees; zin) om de persoon te bellen die op mijn kaartje staat dat ik van de vriendelijke dame kreeg die koste noch moeite bespaarde om me te helpen. De 2e avond na maandagavond met al die gevleugelde gevaartes in huis, sluit ik aan de voordeur kant alle luiken, ramen en de deur en houd het buitenlicht uit. Ik heb er twee zien vliegen rond de felle lamp boven de tafel, de rust is weer gekeerd.
Hoornaarwerkers sterven tijdens de herfst, de koningin schijnt het nest te verlaten. Als ik dus deuren en ramen sluit bied ik het nest, het samengestelde organisme, het normale dag en nachtritme, ik heb rust in huis en ik hoef geen specialist in te huren of duur extreem gif te kopen zonder succes. Na jaa, wat heet succes als je deze maatregelen neemt terwijl je met gezond verstand en begrip voor je eigen omgeving het ook op kan lossen.

Ik kijk het even aan. Als ik iedere dag een paar verdroogde hoornaars op moet rapen, ben ik blij dat ik me niet gek laat maken door de verhalen geboren uit het moderne leven dat zijn tentakels al diep verankerd heeft in de verste uithoeken van dit grote mooie land.
Misschien voel ik me over enkele weken wel gedwongen hulp in te schakelen, ik zie wel.
Maar; i don't stir up the hornet's nest!

dinsdag 21 augustus 2012

Les Petites

video
Ik kijk graag naar de katjes. Hoewel DQ een volwassen katertje lijk, is het nog steeds een kitten. Hij speelt graag met Merlin en jaagt Sooty op. Niet vreemd, want tijdens de grote check-up bij de dierenarts gisteren blijkt het een poesje te zijn... merde!!!
Toch ga ik aanzien of het gaat, zij heeft haar broertje Merlin en Aai had dit niet. Het katerbestand is ook zo gewijzigd dat Sooty het misschien wel gaat redden tussen de mannen. Ze is frele en kat-uit-de-boom kijkerig en al veel minder 'sauvage' als dat ze kwam. Dit grut is een groot plezier, zeker nu ik merk hoe makkelijk het opvoeden is met zoveel hulp van Castel, Cros en zelfs DQ.

Vanmiddag weer schilderen en vanavond weer langs de garage voor de lekke radiateur. Op mijn trouwdag een sjouwklus van meubels. Twee uurtjes spierballen tonen, mensen leren kennen en een mini-cheque krijgen en een pluspuntje op het arbeidsbureau.
Verder heel veel was vouwen en bedden opmaken, stofzuigen en administratie. Voor die laatste moet ik mezelf een schop onder m'n kont geven. Ik vind dat doorgaans een vervelend soort werk, in drie talen, papieren overal en dan de lijstjes met doe-dingetjes die net even te belangrijk zijn om te vergeten. Conclusie; meid koop eens een agenda! Zodoende loop ik sinds jaren weer met een agenda en een pen rond...

De Britten

Ann, die hier ook begin april was en 10 dagen binnen moest vertoeven in verband met de regen, komt nu terug met haar man Trevor en een gemeenschappelijke vriend John
Het is verzengend heet als ik vrijdag anderhalve week geleden naar Rodez rij om ze te halen en waar ik eerst een half uur moet wachten op de parkeerplaats van de Brico Depot -een soort gamma- om wat verf te kopen. Alle ramen en hun kozijnen, het toilet, de wasruimte en het halletje mogen een dikke lik en alle tralies voor de ramen mogen ook wel opgefrist. Toch het geniale aan huizen zoals deze;  die tralies. Het maakt het huis tot een ondoordringbare burcht indien nodig, gedurende de nachten en als ik er niet ben. Maar die hitte op een geasfalteerde parkeerplaats met wel heel jonge boompjes laten me doodstil in de auto zitten met de voeten op de rand van het open portier. De hoogte in met die twee, want ze lopen vol vocht, zijn oververhit en gaan prikken met dit weer. Ik drink en drink maar, wijs als ik ben uit een kleine koelbox, lauw water drink ik niet.
Ik heb mijn Britse vrienden wel gewaarschuwd voor de genadeloosheid van een Franse zomer, maar de echte Londense bleekneuzen schijnen zich het nog niet te beseffen. Ann heeft er echt naar uit gekeken, die heeft het met haar transplantatiehart altijd koud en 42 graden zorgt eindelijk voor enig comfort in haar superbleke lijfje. Ik moet wel even slikken als ik de enorme mannen leer kennen op het vliegveld, haast Amerikaanse gestalten, Trevor met enorme strohoed wat hem een domme toerist maakt of een goedzakkerige Amish boer met een lange paardenstaart over de bezweette rug. Maar de sfeer zit er al snel goed in als we met elkaar door de enorme Leclerc lopen om eens flink wat boodschappen in te slaan.
Het eerste kado krijg ik op de luchthaven; een mooi zelfgemaakte kralenketting in turquoise, zilver en wit. Na uren 'gesupert' te hebben mag ik niet mijn eigen spullen afrekenen en de kar is welhaast te klein voor alle A-merk luxe lekkers dat de heren en dame in de kar hebben geladen. Ze hoeven niet naar prijskaartjes te kijken en ik geniet van hun speurtocht naar nieuwe en juist bekende dingen, wat prijsvergelijkingen oplevert waar je u tegen zegt, erg leuk. 
De aankomst is voor Ann makkelijk, ze weet waar ze terecht gekomen is. Voor de mannen is het even slikken, het andere nivo van comfort, de temperatuur  - die nu nog aangenaam lijkt -  , de lage deurposten en geen teken van ander menselijk leven met mij als wervelwind in haar element tussendoor.
Bleekneuzen uit Londen en omgeving zijn het en zullen het blijven. Maar mijn 10 dagen met deze vrienden heeft een onuitwisbare indruk gemaakt. Er is flink gedronken, want het ingeslagen bier, sapjes, vlees en vis voor 4 personen is andere koek dan ik met het spaarzame dieet vergeleken bij hun vakantie-voorkeuren. Ik ken het niet meer zo goed; echt vakantie vieren.... De oude energievretende koelkast laat ik door de mannen in de schuur zetten als reserve, maar ook die blijft goed gevuld de eerste week. (De laatste paar dagen van de 10 drinken en eten we hem natuurlijk leeg.) 
De avond van hun aankomst snijd ik mezelf lelijk in mijn linker middelvinger met het superscherpe broodmes. Er breekt bijna paniek uit, want dat moet gehecht en natuurlijk het gevaar voor infectie. Ik reageer als vanouds nogal laconiek op zulke kleine ongelukjes. Maak de wond schoon, oeps het is wel heel erg diep want het vlees puilt uit, plak een pleister en ga gezellig rose-erig naar bed. De dag erna krijg ik steeds vragende ogen hoe het met mijn vinger is. Het bloed kleurt de pleister nog altijd rood, maar ik voel er niks van en haal weer mijn schouders op. Ze opperen het dicht te plakken met secondelijm, pleister erop en dat zou als hechting kunnen dienen. Dus goedgelovig als ik ben ga ik op zoek naar secondelijm, met succes, maar de tube lijkt verdroogt. Dat heb je met goedkope troep. (Ik doe de afwas wel een paar keer met een huishoudhandschoen aan, niks niet erg.) Maar maandag gaan ze naar de stad om te shoppen in de grote huis-tuin-doe-het-zelf-zaak en komen ze terug met een 2e kado; een fortuin aan verf, isolatie-materiaal, kwasten en rollers èn secondelijm + nog meer eten en drinken en rode bezweette maar blije koppen. Maar die snee is al bijna dicht en ziet er heel mooi uit, een strak sneetje, meer is er niet over van de nogal gapende wond van vrijdagavond.
De eerste ochtend dat John om 8 uur al op het terras verschijnt om eerst de groene stilte in zich op te nemen na zijn haastige ontwaken in de grote stad, krijg ik een dikke knuffel, hij waant zich echt in het vakantie-paradijs. Een fijne flexibele stadsman die er echt aan toe was om eruit te zijn. Gepassioneerd vertelt hij veel over zijn passie; imkeren, wat me heel erg interesseert en waar hij prachtig over vertellen kan. We genieten samen koffie terwijl ik hem wat laat acclimatiseren voor we bonen gaan plukken, terwijl Trevor en Ann wat uitslapen. 
Na het ontbijt willen ze wat werken, denken ze... Het is weer een warme dag aan het worden, de ochtend al bijna ten einde, tijd vliegt, zeker hier! En ik doe ondertussen mijn ding van kipjes en hond, luiken open of dicht, mailtjes en koffie terwijl ik een beetje angstvallig de komende 10 dagen zie. Hostess zijn voor drie mensen tussen de bedrijven door is niet iets waarvan ik denk dat ik het aan kan, eerlijk is eerlijk. Ze zijn niet gewend te klussen, buiten te werken en meestal heb je een plu nodig en ruikt het naar afval en uitlaatgassen.
Het voorstel is om de zware stenen bij elkaar te leggen, op een ruime rij langs het bospad liggen er al een aantal en de dwaalstenen voor het huis mogen daar ook heen. Nu is een beetje een rommeltje. Maar als de eerste steen niet door één man omgerold kan worden zinkt de moed al in de schoenen; 'die zijn onverplaatsbaar'.... Toch doen we er drie met de stenenslee die Marc maakte en prima werkt. (We rollen in de al vorderende ochtendhitte toch de grotere verder aan de kant zodat de auto er langs kan en twee flinke ruimen we echt op door ze van boven naar de stenenrij te sleeën.) Dat het per steen een kwartier duurt vinden ze maar niks, dat schiet volgens hen echt niet op, maar ik probeer ze vast uit te leggen dat niets hier snel moet, ook de rijst niet waarvoor John me een 'device' had willen geven voor in de magnetron. Ja, koken in de magnetron, want dat gaat sneller en kost 'maar' 900 Watt. Dat gas hier goedkoper is en de tijd bijna gratis is heel lastig uit te leggen. Dat ik daarentegen geen vakantie heb wel, want ik heb weer een verfklus voor een aardig stel uit Toulouse met hier een schitterend groot huis dat ze afgelopen 30 jaar hebben opgeknapt. Het huis met het zwembad, het enige huis met zwembad in de gemeente. Jaja, zo kom ik nog eens ergens, nu bij een gepensioneerde atoomgeleerde met zijn vrouw die in laboratoriumjas loopt als een werkschort. Zo'n soort van PGB is een zegen voor mij en voor de particulier voor zulke klussen. Ik leer veel franse conversatie, het levert krenten op voor in de pap en op langere termijn nog veel meer. Het is ook prettig om even weg te zijn van de drukke boel thuis. 
Dat binnen zitten met alle lichten aan en gesloten luiken vinden ze maar niks, nog niet tenminste. Later in de week komen de heren doorgezweet en puffend binnen om zich letterlijk te laven op de bank in een kamer die een comfortabele 19 graden is en waar drankjes koel staan.
Toch loopt Trevor tijdens mijn 2e werkdag een lichte zonnesteek op. Ik was er dus niet bij dat hij zijn hoed vergat op te zetten en wat ging klussen, zodat de dag erop hij onzichtbaar was omdat hij ziek op bed lag. Ik vind het rot voor hem, maar het geeft aan dat mijn lieve vrienden rustiger aan moeten doen en dat veel klussen te zwaar zijn, grote kerels of niet.
Dan maar verven, de wasruimte, de hal en het toilet. Ik doe mijn best me er niet te veel mee te bemoeien, maar dat ze nooit zelf geklust hebben blijkt al snel door de technieken die ze gebruiken, de rommel die gemaakt wordt en andere kleine dingen waarvan ik zou zeggen 'stop maar, we gaan wat anders doen'. Ik doe het niet, ik ben dolgelukkig met hun hulp en gezelschap. John kookt graag en legt me in de watten, de gezamelijke maaltijden zijn zo gezellig en het gemurmel op het terras brengt me een glimlach als ik eens een keer vroeg op bed lig. (Door iets te veel wijn, ik drink toch meer nu het er is, ook weer een kado; 2 flessen whiskey en 4 wobbly glasses; glaasjes met een ronde onderkant. Dus het ligt niet aan de whiskey als je na een slok je glas neer zet en het blijft even bewegen, hilarisch.)
Veel muggen doen mijn vrienden bestrijden met Deet, zo veel mogelijk. Ook anti-muggen wierrook en citronella-kaarsjes komen er aan te pas en we eten zoveel mogelijk knoflook. Mij hoeven ze niet meer zo nodig om de één of andere reden, zelden word ik nog echt lek geprikt, waar ik heel blij om ben want de jeukende schijven blijven weken zitten als ik er ook maar één keer over wrijf of echt krabbel.
John en ik maken een paar keer een wandeling waarin ik meer vertel over hoe we hier terecht zijn gekomen en wat er echt aan de hand is tussen Marc en mij. Zijn begrip doet me veel goed.
Ann freubeld wat aan freubeldingetjes en ze verft, maar ze moet het rustig aan doen en ik zie haar zo genieten van de hitte. Ze wil erg graag dat dit haar thuis zou kunnen zijn, maar met enige treurnis moet ze bekennen dat deze plek te zwaar en te hard is voor een hartpatiënt en veels te ver weg van een ziekenhuis in geval van nood. Trevor durft na wat dagen de schuur als zijn speeltuin te zien. Tussen de tukjes door, de maaltijden en wat uitjes gaat hij hier verlekkerd aan de slag. Hij maakt van een houten kist een wagentje om houtblokken naast de schouw te hebben in plaats van dat dat in een kruiwagen in de kamer staat. De houtkruiwagen in huis is me een doorn in het oog geweest. 
Ook ontdekken we een hoornaarnest naast de voordeur. Ik vermoed dat ze op zolder zitten, maar toch zet John er een verdelgingsspuitbus op. De week erop, nu dus, lijkt het aantal hoornaars verdubbeld te zijn en komen ze en masse naar binnen als ik met een lichtje aan zit te schrijven. Er moet toch een officiele verdelger aan te pas komen. Wéér een regelzaakje erbij. Net als het uitzoeken en regelen van een auto importeren, want ik heb een vervanging voor de Rode gevonden. De lijst is lang aan het worden, maar komt tijd, komt raad.
De tip om berg- of wandelschoenen mee te nemen was niet aan de mannen besteed. Die hebben echte sportschoenen aangeschaft, geschikt voor op asfalt en straat, maar niet op de ruwe paden met losse steentjes. Toch weerhoudt het de mannen er niet van een rondleiding te accepteren over het terrein rond het huis. Nu ben ik het die te snel loopt, op slippertjes... 
Ik word ontzettend in de watten gelegd, werk me te pletter, val in de horen des overvloeds, wentel me in het gezelschap, lach en we zingen en maken de afspraak dat ik rond kerst of eerder wat dagen naar London kom om hun gastvrijheid te mogen genieten.
Zondagmiddag na een luxe lunch in een restaurant met een buitentemperatuur van 42 graden (schaduw!!) ploffen mijn gasten alle drie op bed voor een tukkie. Ik ga boontjes doppen na het lezen van een mail van Marc die erin hakt.... (Zijn doel van de Noordpool cirkel is bereikt en na een week of wat daar rondhangen en naar het Oosten rijden moet hij reëel zijn en aan de terugreis denken.) Omdat het zo stil is besluit ik hem te bellen zoals we één keer per week doen. Ik hoor John uit bed komen en op het terras plaatsnemen terwijl ik binnen klets met een mand vol bonen. John komt plots binnen en zegt twee wilde honden op het terrein te zien. 'Jaag maar weg, zijn ontsnapt uit hun kennel, ze doen niks' zeg ik doodleuk en hervat mijn telefoongesprek boven op mijn kamer. Dat had ik beter niet kunnen doen. Opeens gaat John schreeuwen en roepen en ik hang op en ren naar beneden, te laat. De twee enorme jachthonden hebben ieder een kip te pakken waarmee ze op een holletje het terrein verlaten. Ik probeer er nog één te pakken te krijgen, maar ze weten dondersgoed hoe fout ze zijn. Helaas kan ik nu de eigenaar niet achterhalen, haal mijn schouders op, wis het zweet van mijn voorhoofd en loop terug naar een nu vol terras, want het heeft Ann en Trevor gewekt, alle commotie. 'Je had de honden neer moeten schieten', natuurlijk! Dat ik daarmee de hele jachtlobby tegen me in het harnas jaagt en zo de goodwill van de jagers verlies is moeilijk te begrijpen. Naar de gendarmerie dan toch zeker. Wat kunnen die doen?? Mijn terrein beter dicht timmeren... Prima, en wie neem ik daarvoor mee. Ze begrijpen de situatie, maar vinden het bijzonder hoe laconiek ik deze situatie deal. Ik ga me niet druk maken om twee kippen, waarvan er één uit een hondenbek is ontsnapt en weer tokkend schijnbaar onaangedaan naast Emiel de haan loopt te kippen.

Vrienden hebben is een zege. Hun visie, hun stads zijn, hun manier van leven (verspilling van zo goed als alles) de knuffels, de aandacht, de gesprekken, die berg kadootjes, hostess zijn voor hen, hun gebabbel horen, de hulp met klusjes, een luisterend oor in drievoud, de duik in het meer, begrip krijgen, het samen zijn........ Wauw! Het was overweldigend, warm, liefdevol, gezellig, eye-opener en bevestiging; ik doe het goed zo hier.

zaterdag 18 augustus 2012

zomerdag

 De nieuwe aanwinst met de kattenteller weer vertrouwd op 5; Sooty en Merlin, ruim 8 weken oud, relatief gezond, maar als kattenjong van een dorpskat natuurlijk stijf van de vlooien. Ze krijgen een goede dosis anti-vlooienmiddel en maandag naar de dierenarts. Ze worden dagelijks gekamd met de vlooienkam en geknuffeld en genoten door ons alle vier. Zelfs John, die geen kattenmens is en naar eigen zeggen 'indifferent to cats', gaat steeds meer doen met de hummels want ze verkiezen hem als knuffelkont om op en tegenaan te kruipen. (Boom van een kerel, grappig gezicht; die heel kleine hummels met twee van die enorm kleine katjes.)
 Een typisch zomerdagje; boven in de schaduw en onder in de zon om 5 uur 's middags.

Knoflooksoep is in de maak voor vanavond, John is bramen plukken, die hier dit jaar groot en overdadig zijn door de natte lente. Trev maakt een luikje voor het kolengat in de kamer en knutselt de enorme scheve kieren dicht van de raampjes van de masterbedroom, met houtje-touwtje en alles beter dan niets. De raampjes vervangen met dubbelglas is geen doen, de hele dakkapelletjes moeten dan vervangen worden en dan ook gelijk het hele dak maar. Eerst een loterij winnen......
DQ lijkt opeens een grote kat, maar is nog maar 4,5 maand. Wat zal de dierenarts wel niet zeggen maandag, die hem vorige maand al enorm vond voor zijn leeftijd. Vandaag en afgelopen week liggen deze huisdieren ergens buiten verscholen en voor dood uitgestrekt in de schaduw. Waarom ze niet in huis pitten weet ik niet, te veel drukte waarschijnlijk en dat kleine dubbele geneuzel van de net zindelijke vlooibaaltjes.

dinsdag 14 augustus 2012

Stommiteit

Ann staat te rommelen aan de werkbank in de schuur als ik haar gedag ga zeggen. Ik heb me lekker fris gedoucht na een haast kleverige nacht in klamme lakens. Ja, we zijn weer doorgezakt vannacht. Met drie Britten kan ik er haast niet omheen en het is vermoeiend maar erg leuk om zo verwend te worden. Vorige week verloor ik een vriendschapsarmbandje van de dochter van vrienden die hier wat weken geleden heel even te gast waren. Ontroostbaar ben ik niet, maar ik wil toch mijn best doen het terug te vinden. De duik die ik nam met de Britten in het meer vorige week was de boosdoener en de zware kraaltjes lieten het als een steen zinken en uit het oog verdwijnen, modderig als het was door al dat gespetter van mens en dier (Castel).
Ik neem mijn Crocs mee, een tasje met telefoon, handdoek, camera en flesje koud water. Samen met Castel hobbel ik het stalpad af en ik weet nog niet dat deze mooie zomerochtend de grootste stommiteit ooit zal begaan sinds ik hier woon, nietsvermoedend noemen ze dat. Het riviermeer heeft het laagste peil dat ik ooit zag, het is 10 uur in de ochtend en nog net fris in de schaduw. Het wordt weer een warme dag. Ik trek mijn goed uit en mijn crocs aan, leg mijn tas en kleding in de schaduw tussen de bloeiende wilde munt waar enorme oranje vlinders elkaar bevechten voor de nog frisse nectar van de fijne pluizige bloemetjes. Ik ploeg me door de hoge oeverbeplanting heen naar de oever die nu zanderig steil afloopt, waar normaal water staat als het meer gevuld is. Nu is er dieper gelegen de oude loop van de rivier die kabbelend de stenen beroerd en een rustgevend geruis laat horen. Een reiger vliegt op van één van de dode bomen omdat Castel het nodig vindt te kijken of ze die vreemde vogel op hoge poten misschien vangen kan. Het is heerlijk even stiltetijd te nemen tijdens het gezelschap van drie vakantie vierende gasten die werkelijk alles doen om mij te helpen, me in de watten te leggen en te verwennen met cadeaus en fantastische maaltijden met ingrediënten van uitmuntende kwaliteit, daar waar deze regio toch bekend om staat.

Wonderlijk genoeg vind ik het armbandje met de zwarte kraaltjes heel snel, wat weggedrukt in bijna zwarte modder in de schaduw van een steen en de stroming, het maakt me heel blij en het gemis helemaal goed, maar dit zoeken naar iets materieels vertroebelt ook mijn instinct, mijn voorgevoel waar ik altijd zo prat op ga. Ik spoel het armbandje schoon en doe het weer om, dit keer achter de grove leren armband zodat ik het in het vervolg minder snel zal kunnen verliezen.
Al dagen is het niveau onveranderd laag, meer een rivier dus eigenlijk waar je alleen tot je enkels diep hoeft te waden om de overkant te bereiken. Ter hoogte van m’n huisje 80 meter lager maakt de rivier met zijn rotsige oever en bodem van ronde keien een bocht naar links waar het weer met een bocht naar rechts al eeuwen een weg vindt door de diepe kloof. Alle gele borden met tekst en uitleg en in grote rode letters ‘DANGER’ staan er niet voor niks. Daar waar je bij het water kan komen, niet hier, want alleen een paadje dat de reeën maken kan ons mensen naar het water brengen. Ik heb het oh zo vaak uitgelegd; als ze de turbines open zetten treedt er letterlijk een tsunami-effect op dat zelfs de grootste volgezogen oude bomen die al decennia als drijfhout dienen met zich meesleurt, geen zwemmer zal het overleven als je erdoor overvallen wordt. Ik heb er filmpjes van op mijn YouTube kanaal en daarnaast heb ik vele malen staan bedenken aan dit schitterende stukje van mijn ‘achtertuin’ wat te doen als ik aan de overkant loopt te struinen  - wat ik tot op heden nog maar een paar keer gedaan heb -  en de EDF de turbines open zet. Scenario’s; ik ben altijd zeer alert, ik haal het rennend wel. Of ik klim naar de weg toe  - die nu is weggespoeld – en ga te voet over de asfaltweg. (Daar zou ik minimaal 3 uur over doen.)
Al struinend op crocs met een blije Castel waad ik naar de overkant, zie een ree wegsprinten die Castel gemist heeft omdat ze druk doende is met drijfhout en laaf me letterlijk op dit verder stille plekje dat eruit ziet als een prehistorische scene, een groepje grotbewoners zou hier niet misstaan vissend met speren. Het zachte geruis van water over de keien klinkt opeens ietsjes harder en opeens besef ik me dat ik al te laat ben, de stommiteit is begaan; mijn tas ligt nog tussen de munt en de vlinders (met telefoon!) naast mijn kleer en aan de overkant een paar honderd meter terug. Ik ren over de ronde wat glibberige keien om in de bocht te kunnen zien hoe hard het stroomt. Nog even heb ik de hoop dat de turbines niet voluit open zijn gezet, fout! Ik zit vast, op mijn crocs met drie armbanden om en Castel die nog denkt dat het leuk is, zo wandelen met de baas, poedelen, drijfhout voor een stuk wild aanziend….
Even is er flinke paniek, ik vervloek mezelf dat ik zonder tas en kleer mezelf naar de overkant bewoog al dromend, denkend dat ik een holbewoonster ben ofzo. Ik weet niet wat me bezielde. Nu komt het erop aan. Om te doen wat ik al zovele malen bedacht had als ik me zou laten verrassen door de EDF ondanks al mijn zintuigen op scherp. Ik zal me al traverserend een weg moeten banen en zoeken richting de bruggen, daar waar de twee bergriviertjes samen komen met de berg in het midden uitgehold en gevuld met turbines. Hoe dichter bij dat punt hoe groter de kans dat er een stuk van de rivier ondiep genoeg is om veilig terug te waden om daar dan weer al traverserend naar huis te lopen.
Al snel merk ik dat ik mijn eigen ‘Olympics’ heb gecreerd, hier alleen een heel dun wildspoor dat ik kan volgen met Castel die heel erg op me let en steeds terug komt om te laten zien hoe zij kan lopen, op vier brede poten weliswaar, ik in mijn nakie met crocs aan mijn voeten. (Waar ik de blauwe wolkenloze hemel voor dank!!) De noordelijke oever is veel ruiger en steiler dan de zuidkant, natter en met het vochtige mos van de nacht, de losse rotshellingen waar nog geen mens mij voorging vol met brandnetels, bramen, stokoud dood hout, scherpe lavarotsen met meters en meters onder mij een kolkende rivier. En toch als een holbewoner-op-crocs begin ik aan de slopende tocht naar het oosten om een smal stuk te vinden dat diep genoeg is om het water meer ruimte te geven zodat de stroming minder snel is. Misschien heb ik daar het lef naar de overkant te zwemmen, wat meer ‘je mee laten sleuren’ zal worden, maar a la. Dat zit me heel erg tegen en sommige kliffen die ik onderlangs benader moet ik terug om de helling te beklimmen om aan de andere kant van de klif de oever weer op te zoeken. Ik kan goed zwemmen, ben lenig en sterk, deed wat jaren aan klimsport, maar dit voelt als een tocht op leven en dood, één verkeerde stap en word letterlijk verzwolgen. Nee, het was niet leuk en toch;
Als een lichtvoetig dier op twee poten baan ik me relatief snel een weg langs de oever, omhoog en weer laag half door het water me vast houdend aan de rotsen en stenen, nee, geen mens die hier ooit kwam, dat kan gewoon niet. Ik voel de brandnetels niet en de bramen weet ik te vermijden. Adrenaline en endorfine maken het me makkelijk, ik kan het als een uitdaging zien om via welke route dan ook de overkant te bereiken; mijn thuis waar ik de rotsen wel ken, de stukken waar ik aan de waterkant kan blijven of me het dichte bos in moet wurmen. Bij de aardverschuiving (zie Open naar Frankrijk/Archief april 2012) rust ik even uit en kijk omhoog, het is nog lang niet ‘uitgeschoven’, komende jaren zullen er nog vele rotsen en bomen volgen samen met aarde en zand, misschien nog stukken asfalt die halverwege zijn blijven steken. Ook hier is de doorgang naar de overkant heel smal, misschien een 20 meter, maar te ondiep wat de stroming te sterk maakt en relatief hoge golven geeft. Helaas, ik moet door terwijl mijn benen door de schrik en de inspanning al gaan trillen. Uiteraard liet ik mijn ochtend eitjes voor wat ze zijn, dus mijn lege maag heeft de verzwakking van mijn spieren versneld.
Het is moeilijk te omschrijven wat er door mijn lijf en hoofd gaat die paar momenten dat ik een pauze hield om kracht te verzamelen om verder te gaan. Ik ben al kei kapot als ik bij de aardverschuiving sta en moet verder, een onbekend aantal meters, kilometers? Naar het begin van het lang gerekte stuwmeer en na elke bocht, als ik zicht heb op de volgende in de meanderende kloof zie ik weer die golven, wit schuimend, te ontdiep, levens gevaarlijk! Verder en verder.
Mijn handen trillen, niet een beetje; bloedsuiker tekort en of uitputting. Mijn benen voelen hetzelfde als ik op een mooie grijze ronde rots ga zitten met een natte hondenkop op mijn knieën en ik naar het water kijk. Ik leg mezelf een kwartier pauze op, wat ik niet kan timen, want mijn mobiel ligt een kilometer verderop in een tas in de schaduw en ik draag al 20 jaar geen horloge meer. Ik kijk naar het water terwijl de zon brandt en vliegjes om me heen zoemen in de hoop wat van het zweet te kunnen snoepen. Ik laat ze, maar blaas ze weg als ze uit mijn ogen willen drinken. Dat de hond of Cros dat prima vinden, moeten zij weten, maar ik kan niet tegen de kriebel die het oplevert. Ik voel en denk, ik kijk naar de strak blauwe hemel en kijk naar de stroom, probeer te bepalen of ik het red naar de overkant voor de bocht die een 80 meter verder me het zicht ontneemt over de rest van de kolkende watermassa waar ik langs ben geklommen. Hier is het diep wat de stroming afzwakt, maar dan nog! Castel wil ik me niet laten volgen ALS ik de moed en het gezonde verstand vind hier te water te gaan om de stroom me naar de overkant te laten brengen met enige bijsturing van armen en benen.
Ik denk aan mijn gasten die toch ook wel moeten voelen dat er iets mis moet zijn. Voor mijn gevoel ben ik al uren weg. Wat zouden ze doen? Als ze 112 bellen en mijn spullen vinden  - Ann weet waar ik mijn armband verloor en zal daar mijn tasje en kleding aantreffen. -  gaan de pompiers zeker weten zoeken aan de westkant van het meer richting de waterinlaat die het water oppompt naar het recervoir op de berg waar ik nu onder zit, maar dan wel kilometers de verkeerde richting uit. Ik dwing mezelf dit los te laten, eerst het vege lijf redden. Wat voel ik, hoe voel ik me, wat zegt het woeste water me, het lonkt, want de zon brandt door, mijn lijf is verhit en enige kracht vloeit terug samen met het verlangen naar huis te kunnen om me te douchen, mijn verhaal te schrijven, mijn werk voor deze middag af te zeggen, als ik het haal tenminste, geen idee. Verder stroomopwaarts ziet het er nog slechter uit, ik sta op en ga weer zitten, sta weer op en zet twee onderbenen in het water. Ik draai me om om Castel instructies te geven dat ze ‘moet blijven’, maar mijn hond kent zulke commando’s niet, waarschijnlijk heeft het geen zin.
Ik laat me zakken en zet af, hap naar adem want dit water is erg koud en maak de sterkste slagen die mijn spieren nog aankunnen. Apart genoeg gaat mijn lijf, al happend naar adem, zo diep mogelijk voor wat spierkracht extra, schuin naar de overkant. Recht naar de overkant was het misschien 30 meter, maar zoals de stroom me meeneemt ‘zwem’ ik zo’n 300 meter waar ik als een eend die landt op het water probeer af te remmen om op een droge warme rots uit te rusten. Ik kan me dan pas omdraaien om te kijken naar Castel die misschien piepend en blaffend machteloos nog aan de andere oever staat, zenuwachtig voor de barriere van dat water tussen ons in. Maar ze ‘drijft’ al voorbij, dicht langs de zuidkant en ik moedig haar aan vol te houden. Ze ‘spoelt’ aan een 100 meter verderop waar ze gelijk kwispelend mijn kant op komt om me te begroeten. Ze kijkt heel blij, zou ze ook echt blijdschap voelen en het gevaar onderkennen?? Ik in ieder geval wel. Stomme trut die ik was!
De emoties die nu vrij komen zijn me onbekend. Ik ben zo ontzettend onder de indruk van dit gebeuren. Ik ben al veilig aan mijn kant van het meer, dat is meer dan de helft van het redden van mijn vege lijf, maar dan nog. Ik voel mijn benen amper meer en toch dragen ze me, weer traverserend over de iets minder steile oever. Ik voel me hemels en tegelijkertijd het grootste uilskuiken ooit. Ik voel me sterk en tegelijkertijd ben ik volledig uitgeput. Ik voel me energiek en ziels gelukkig en zo ontzettend dom. Dat de natuur meer een vriend dan een vijand is kan dan wel een vaststaand feit zijn, maar zo dicht tegen de dood aan is dit een ontzettend vreemde gewaarwording. De energie die ik al maanden heb leek versterkt om me veilig thuis te krijgen, ik ben ontdaan en vraag me af hoe ik dit heb kunnen overleven terwijl ik het gemaaide paadje loop naar mijn tasje en kleding waar ik op het handdoekje zak en even niets kan doen. Niet denken en niet bewegen, niet handelen, niets…
Het hele avontuur kostte me maar 2 uurtjes, maar de nawerking een hele dag. Misschien wel langer, dat weet ik nog niet.
Het stalpad ‘all the way up’ naar huis is opeens een eitje. Ik rust niet eens uit, mijn adem zit nog hoog, mijn lichaam voel ik niet, ik ben diep gelukkig en tevens aangeslagen. Ik voel me haast onmenselijk en juist ook weer sterfelijk. Boven vraagt John me waar ik was en in het kort en Engels leg ik hem uit wat me ‘overkomen’ is. Ann is boos en bezorgd en zet me een croissantje en vruchtensap voor en dwingt me om te eten. Ik kan even niets meer, mijn handen trillen en mijn benen weigeren dienst. Na een half uurtje sta ik toch maar op om de zon te ontvluchten en binnen mijn werkgever te bellen dat ik vanmiddag niet kan komen. Morgen ben ik 2x duurder, dus zal ik pas donderdag mijn werk kunnen hervatten. Ik beloof het lieve oudere stel het donderdag allemaal uit te leggen en verontschuldig me. Ze zenden me een ‘biz’ wat me bijna in tranen doet uitbarsten dat ik zonder uitleg zoveel begrip krijg. Mensen zijn bijzondere wezens, allemaal!!
Na een douche en een homp brood zet ik me aan het schrijven. Mijn gasten lunchen en kijken af en toe naar mij om me te peilen. Dat is lastig, want ik voel me heel vreemd, ziek haast. Het enige dat rest is een onuitwisbare ervaring, dankbaarheid dat ik nog leef, een koorts die mijn lijf verzwakt en spieren die aanvoelen alsof ze door de mangel gehaald zijn. Ik kan het niet uitleggen, zeker niet aan mijn lieve vrienden. Ik voel me schuldig, dit had niet mogen gebeuren met gasten die niets hadden kunnen doen als het veel erger was geweest.
Het stomste, of gekste, of … ja wat.. is; Ik lach, ik ben blij, het was en is een diepe ervaring die nieuw voor me is. NIET voor herhaling vatbaar, maar wèl heel waardevol.
Ik ben onder de indruk……….

zondag 12 augustus 2012

Gaste S.

Een kleine week rommel, leef en geniet ik met S, via mijn broer die dacht dat het wel bij haar zou passen om te onthaasten en te relaxen tijdens haar vakantie in Frankrijk. S is avontuurlijk en spreekwoordelijk in de buurt voor een zomer dansfestival. Ze valt met haar neus in de boter als ze aankomt, want een heel oude vriendin die ik al jaren niet gezien heb, haar vriend en dochter en ik halen net de biefstukjes van de hout gestookte BBQ op het achterterras. Ze heeft een boodschapje gedaan en de rode wijn smaakt uitstekend bij die super biefstukken van de koetjes die hier bijna het hele jaar hun stal niet zien en op de bloemige weiden van de Aubrac een heerlijk leven mogen genieten. Deze drie gasten vertrokken de dag erop, ze komen terug en met die belofte laat ik ze gaan op weg naar hun uiteindelijke vakantieadres. S komt me wat helpen met alle klusjes, vakantie vieren, al kamperend in haar tentje precies zoals ik dat ook zou dan; alles geordend en helemaal zelfstandig als moet, inclusief een kampeerkeukentje. Het doet me bijna verlangen naar vakantie en toerist zijn, maar als ik me dan omdraai en naar dit spul kijk hier, dan laat ik de tent op zolder nog maar even voor wat ie is.
Samen hebben we het erg leuk, praten en babbelen, lachen en huilen, we delen ons leven in de stilte. Zij ging haar gang, een dagje Conques, een wandeling met de hond en ik kom wat kilo's aan door haar kookkunsten en ze helpt me met de huisregels voor drie Britse vrienden die een 10 dagen Tien hebben geboekt. En ik ga mijn gang, zoals naar sofrologie, een boodschapje en talloze regeldingetjes die verdeeld over enkele post-it's mijn bureau sieren. We doen nog wel een keer ons best te zwemmen, maar het meer is pas geleegd en weer gevuld, wat het water misschien 13 graden maakt. Alleen S is moedig genoeg voor een echte duik om gelijk aan de kant tot de knieen in het water zich op te laten drogen door de zon, want die is genadeloos. Castel krijgt een knipbeurt wat haar jonger, slanker, schoner en liever lijkt te maken en S helpt me met de huisregels om ze zo te formuleren dat het woord 'niet' geelimineerd wordt en alles zo duidelijk mogelijk is. Dit inclusief de regeltjes voor de dieren, het afsluiten van het huis en tips om de vakantie hier zo veilig mogelijk door te brengen. Dat klinkt misschien vreemd, maar huis en tuin herbergen kleine gevaren die enorme gevolgen kunnen hebben en het zou meer dan vervelend zijn als ik me verantwoordelijk ga voelen voor een persoonlijk drama tijdens een vakantie op deze bijzondere plek.
Reizigster als ze is, vertrekt ze de ochtend voordat het sardienenblikje uit Londen zal landen. Het stelt me gerust dat wij zo'n fijne week hadden na de gaste die hier na een paar dagen 'gillend weg rende'. Het is waar dat ik maar twee soorten gasten kan onderscheiden; mensen die het hier echt niet lang uithouden en soms zo graag weg willen dat ze geboekte reizen laten schieten. En de andere gasten willen eigenlijk nooit meer weg, willen graag terug komen en pakken hun boeltje zo traag mogelijk als het reisschema ze toelaat.

S was een heel fijne gaste en liet haar vergane wandelschoenen achter met kruidenplantjes erin en een eerste volle bladzijde in het gastenboek.

woensdag 8 augustus 2012

 Geknipt, wat een dotje!
 sommige ochtenden.....
Le Non-Chat

dinsdag 7 augustus 2012

Sofrologie

De dag begon slecht, alhoewel ik er lekker vroeg uit was en zoals gebruikelijk na het eten geven aan het beestenspul met koffie wat mails beantwoord en op facebook bekijk waar anderen zich mee bezig houden. Ik krijg van een vriend een leuk berichtje en de vraag of ik weet waar Marc ongeveer uithangt en hoe hij het heeft. Nu weet ik dat niet precies, boven de noordpool cirkel zijn de Mc.Donalds met wifi nogal dun gezaaid  natuurlijk. -En bellen is te duur.- Ik geef hem Marc's weblogadres met de achterliggende gedachte dat als men dan wil weten hoe het hem vergaat, dat ze zich er zelf in mogen verdiepen. Om dat adres zo even plak-klaar te hebben moet ik toch echt die weblog eerst openen... Pats en boem, misschien kent u de situatie wel; je wordt tot op het bot geraakt, en dan heb ik het niet over ontroering met kippenvel. Nee, glashard de frustratie die gepaard gaat met een soort van machteloze woede, niet te uiten, trillende klamme koude handen en de rest van de dag een hoge mate van frustratie waarbij alles mis gaat. Ik krijg niet eens een gaatje geboord in de WC-muur om er een leitje op te hangen om gasten te herinneren aan het feit dat toiletpapier niet doorgespoeld mag worden. Ook ga ik twee keer onderuit in de moestuin (dit gebeurd zelden tot nooit), stoot ik mijn hoofd (laat ik niet in detail treden aan welke trede van de trap), kom ik naar gaste S niet uit mijn woorden en weer het gebrek aan concentratie-vermogen.
Terwijl S het purschuim afsmeert met cement tot de twee ramen eindelijk echt vast lijken te zitten aan het huis, ga ik een start maken aan de enorme klus; uitbaggeren van de schuur. Er ligt een dun kleedje van  hagelslag, lijkt het, vleermuizenpoep. Met het zaagsel is het er een enorme bende dat tussen de vloerplanken door ook op begane grond terecht komt. Ik weet dat het goed schoonmaken van de schuur eigenlijk 'dweilen met de kraan open' betekent, maar toch moet hier wat orde komen, nu valt er niet te werken.
Maar het mag allemaal weinig baten; het ontbijt, de goede maaltijd tussen de middag, de afleiding en het aangenaam samen zijn met S.
Het einde van de dag is begonnen, de zon is al weg achter de bergrug en ik besluit toch naar sofrologie te gaan om actief van deze stemming af te komen die gevoed blijft worden door gedachten en me blokkeert.
Ik ben te vroeg en kruip weg op een bankje in de grote ruime hal waar ik weer alleraardigst door Daniel begroet wordt, hij geeft de 'sofro'. Een andere man, een heuse babbelaar, lijkt ook op Daniel te wachten en zo zijn we dus maar samen tijdens de normaal druk bezochte sessies van deze '70's badmeester', want zo ziet Daniel er echt uit, op en top inclusief een zwembroek uit de 70-er jaren. Niet tijdens de sofro, dan is een simpel shirt en sportbroek voldoende, en ik kom typisch gestrest en gefrustreerd nog altijd met klamme handen en natte oksels in mijn sjiekste sportpak net onder de douche vandaan na een start te hebben gemaakt met het uitmesten van de schuur. (Het stof kleeft vast nog achterin neus en oren.)
Het voor mij nieuwe onbekende gezicht van de babbelaar dwingt me uit m'n stemming te stappen. Naar Daniel toe kan ik mijn echte gezicht laten zien, maar dit wil ik niet bij onbekenden. Sofrologie is een behandelmethode die zeer effectief is, nog sterker is het effect 1 op 1, maar gezien we samen zijn tijdens de komende sessie draag ik zorg voor de gesloten en wat gereserveerde houding. Maar Daniel trapt er niet in, ik behoor tot de familie van het centrum, locals met de neuzen dezelfde richting uit, vertrouwd en echt. Daniel neemt positie in bij het grote whiteboard en de flap-over van gerecycled papier met de eerste 20 vellen vol gekrabbeld met mindfullness schema's en oefeningen, spiralen en kernwoorden. Hij ziet het aan me, dat ik juist op zo'n moeilijk moment me bloot geef voor een sofro-sessie en vak-idioot als hij is duikt hij er bovenop door me te vragen waarom ik juist nu daar sta. Ik voel me echt spier-naakt, eerlijk gezegd; heerlijk!! Dit zijn cadeaus aan mezelf, de volle professionele onverdeelde aandacht. Maar goed, nu het volgende; zie je maar eens uit te drukken op dit diepe complexe niveau in het Frans!!! Mijn hemel.
Maar oh wat is dit een warm bad, kernwoorden zijn genoeg, ook de kleine wat stuntelige zinnetjes die ik nog weet te bouwen van mijn laatste restjes energie, na het gevecht van vandaag, moe in mijn bovenkamer. Die paar zinnetjes en woorden worden gelijk kernachtig gevisualiseerd op het whiteboard en de flapover die dus in een kwartier volledig zijn vol gestift. Gerelateerd aan al die krabbels, lijnen, cirkels en getallen krijg ik een enorme berg aan complimenten te verwerken wat het koude zweet doet transformeren in een warm wat verlegen gevoel met enige trots dat mijn moed me hier bracht en dat dit me gegeven word. Een aanvulling op de gratis zorgverzekering in de vorm van ZZP-er zijn en een Carte Vitale hebben is dit abonnement op het mini-wellness centrum wat zo liefdevol en vakkundig gerund wordt door Daniel en Patricia, een goede investering in het integreren en mijn gezondheid. Van het volle uur gaan er 35 minuten op aan de theoretische voorbereidingen. De babbelaar mag wel even, maar wordt, ook weer vakkundig, de mond gesnoerd zonder dat hij het in de gaten heeft. Daniel's voorbereiding heeft al effect na een paar minuten als ik merk dat ik me nog steeds concentreren kan op het Frans. Het is en blijft geen kattenpis om zulke sessie's in het Frans te moeten kunnen volgen, het effect wat sofrologie moet hebben is zo op mijn lijf geschreven -en zeker nu- dat mijn hele wezen er voor open staat. De intentie is goed waardoor succes verzekerd. Dit geeft een hoop rust en de daadwerkelijke sofrologie is eigenlijk heel simpel. Ik kan hem thuis herhalen voor mezelf, maar dat is niet eens nodig. Ik voel pijn in mijn nek opkomen tegen het einde van de sessie, voor het voelen van stresspijn in mijn spieren is weer ruimte. Dat klinkt misschien gek, maar verkrampte spieren kunnen ingekapseld worden, zo hard zijn dat je het je niet meer gewaar kunt worden. Nu voel ik dat tenminste weer. Vreemd genoeg ben ik daar dankbaar voor, die pijn in nek en schouders niet meer kunnen voelen is niet prettig, ik weet dan hoever 'ik heen ben', wil dan even terug naar mijn kern. Jezelf weer terug in je kern zetten klinkt misschien vaag, maar het alleen de balans zien te vinden, rechtop te kunnen blijven staan en zo de juiste beslissingen te kunnen nemen, is goud op dit moment.
Mensen als Daniel en Patricia mogen me in de kern bijsturen, zulke mensen heb ik nodig aan de zijlijn, me aanmoedigend en steunend op een vlak dat ik niet verlang van vrienden of zomaar kennissen, locals. Ik rijd dus letterlijk verlicht naar huis waar ik gaste S aantref op het achterterras met een wijntje en een boek, in alle stilte waar zij net zo van geniet als ik. Ik heb aandacht en rust, ben alle frustratie even kwijt en kan alleen maar glimlachen als ze vraagt hoe het was tijdens de 'sofro...l...'.

woensdag 1 augustus 2012

vleermuis

Er vliegt een vleermuis door de kamer. Rondjes rond de tafel tussen de 1 en 2 meter vanaf de grond met af en toe een loopje in een hoek of boven mij. Cros heeft de stakker in de gaten, maar heeft zo zelden de kans om rustig op een vleermuis te jagen dat hij vergeet dat vleermuizen sonar hebben en hij de strijd met zijn klauwen beter tijdig kan staken tijdens de koelperiode van de avond.
De geur van koel gesproeide terrassen met de deuren tegen elkaar open, is een flauw aftreksel van een fikse zomerbui met in de verte nog de stervende donder. Als de stilte terugkeert na zo'n bui en de vogels weer gaan zingen is al het regenwater al verdampt en weggezonken in het grove zand.
Ik doe het felle buitenlicht aan zodat de vleermuis misschien de verleiding opmerkt en zijn jacht naar voedsel verder buiten voort zet en met succes. DQ jaagt op grote kevers en motten en Cros betreurt zijn mislukte vleermuizenjacht. Het is een zwoele avond, een gedempte stilte met dat krekelkoor. Ik hoor het koor amper meer, het is net als naast een spoorlijn wonen, wat rest is dus een diepe stilte en een bijna verblindende volle maan.
Dag vleermuis, goede jacht buiten!

Augustus

Augustus is vakantiemaand, ook voor mij met komende 3 weken bezoek van Nederlanders, Britten, Fransen. De beitsklus is gedaan, in september wat heel oud wit geverfd sponningwerk en een goede aanbeveling op het arbeidsbureau. Verven kan ik netjes en snel, het is een goede start.
Met heel veel moeite krijg ik er een offerte uitgeperst voor het eenmalig opknappen van een redelijk grote tuin in een historisch interessante plaats hier in de buurt, om het huis tenminste van alle kanten te kunnen bekijken als aanstaande potentiele koper zijnde. Nu is er geen haast, want ook in Frankrijk staat er weinig meer florissant overeind in de huizenmarkt, behalve dit huis dan als ik de klus krijg.
De Rode heeft weer een probleem; een gaatje in de radiateur. Altijd een kannetje water meenemen totdat de garage tijd heeft en geen lange ritten rijden, volgende maand gaat de Rode weer naar een kuuroord (lees; garage) voor een grote beurt.
Na een heerlijk koel, bewolkt en regenachtig weekend waait hier weer een krachtige warme wind en schijnt de zon je naar binnen. Niet getreurd, ik verveel me nooit, ook niet tijdens verplichte middagen binnen.
Gelukkig is die lome warme zomervakantiemaand ook wel even lekker, want iedereen doet het langzaam aan. Ik maak dus ook nergens haast mee en leg mezelf geen enkele druk op om dingen a la minuut aan te pakken.
Komende weken ben ik dus echt hostess en manager en zal daar mijn handen vol aan hebben.
Af en toe wel een update natuurlijk....