zaterdag 20 oktober 2012

keek op de week


De voordeur
De wind woei, en niet zo’n beetje ook. Om een voordeur te gaan verven die pal op de wind in de stevige scharnieren hangt leek me geen succes, maar dat moet ik mevrouw wel even laten weten. Er waait blad en stof tegenaan en dat wespennest in de hederaboom naast het huis is niet in beste doen na 3 dagen stormwinden, die zijn en masse geagiteerd en opgewonden en zoeken een windluwe ruimte; de hal waar ik sta te verven. Er is toch markt, dus ga ik wel even langs. Marc gaat mee, wat ik na de treurnis van de dag ervoor heel fijn vind. Samen zien we dat de oude verflaag te dik blijkt en ik wederom de deur heel goed moet schuren om die kwart-millimeter diepe vlakke kuiltjes vloeiend over te laten lopen door de 2e of 3e verflaag. De klus is dus veel lastiger als gedacht. Ze is niet thuis, haar loop ik dus zo meteen wel tegen het kleine lijfje. Het wat bange krasse dametje staat bij de viskraam in het gezelschap van andere dames wat te babbelen. Ze begroet me altijd zo schuw en heeft altijd even tijd nodig om in te schatten hoe mijn pet blijkbaar staat. Nee, ik ben geen professional die voor het minimum loon de klus klaart, ik ben een meid die graag wil werken en het zo goed mogelijk probeert te doen. Maar voor dit dubbeltje zit ze niet op de eerste rang, wel op de 2e en ik vraag me af of ze daar genoegen mee neemt. Ze schudt Marc de hand en bespreken de oplossing voor het euvel van de enkelvoudige enorm dikke oude verflaag en gaan gedrieën naar de winkel van sinkel op het plein of er iets van vulspul te krijgen is. Maar de vlakjes zijn geen gaten of kieren, dus speciaal voegsel voldoet niet en we maken de afspraak dat ik zaterdag verder ga met het nogmaals opschuren van de deur voor de 2e en 3e laag. Ik beloof haar de weekenduren op een doordeweekse dag te schrijven, ik heb tenslotte nooit weekend, mij maakt het niet uit, haar wel.

De wind
In Nederland zijn er weeralarmen als het sneeuwt. Hier gebeurt hetzelfde bij windkracht 6 of harder, voor ons Hollanders een lekkere bries om een fijne strandwandeling te maken om even uit te waaien. Hier zit per definitie één of meerdere regio’s zonder stroom. Van telefonie en internet maar niet te spreken, want ook die leidingen lopen door bos en dal en daar staan nou eenmaal bomen die doorgaans aan hun lot worden overgelaten. Zolang die bomen staan, staan ze daar goed. Mits het geen stokoude bijna dode eik is, want dan gaat ie om, voor de winter drie jaar daarop, je blijft er zo lekker warm bij en je kunt er lang op koken, een hele winter. Maar goed, windkracht 7 werd het. En 8 en af en toe een dot 9. De wind waait uit het westen zo de gorges in, weerkaatst tegen de steile rotswanden en beukt op ons huis. En de bomen, en de leidingen die hier uit het zicht toch echt hoogspanningskabels zijn die naar de centrale lopen. Woensdag had ik een rotdag, daarover later meer. Ik trok me terug op mijn kamer met het niet-storenbordje aan de trappaal en heb me niet meer laten zien die dag. Donderdag tegen het middagmaal klapt de stroom eruit en ik vraag of het handig is even naar de paal te lopen, die 700 meter terug op het bospad staat waar onze meter hangt. Maar dit heeft Marc de dag ervoor al drie keer gedaan, “het is de wind, vanaf gisteren is er steeds geen stroom geweest en  er moeten elders storingen op de hoofdleiding zijn”. Dus eten we in kaarslicht en scharrel ik extra standaards op waar ik stompkaarsen op de pennetjes zet. De stilte is bijzonder de rest van de dag en het wordt langzaam donker buiten. De wind is warm en terwijl Marc de maandboodschappen een keer op zich neemt, stik ik deze middag met de hand een nieuwe zoom in één van de loodzware tochtgordijnen. Dit doe ik op de grond op de deurmat met het onderluik dicht met de mat er half tegenaan. Dat onderluik is een honderd jaren oud en de voordeursteen uitgesleten. De ruimte die dat open laat is voldoende voor bladeren, stof en takjes, kittenpootjes en een hondenneus. Maar het licht heb ik toch echt nodig met de donkere zware stof van het gordijn en de scherpe naald die ik door 4 lagen stof moet zien te duwen. Kattenpret; hun verzorgster op de vloer met naald, draad en stof met om haar hoofd alles met twee vliezige vleugeltjes, want de wind blijkt hen te desoriënteren; zweefvliegen, kleine zweetvliegjes die normaliter rond runderogen hun best doen, wespen, bijen en de gewonde vlieg, ze zijn er allemaal. De zweegvliegen nemen rustig plaats op mijn vingers die rustig doorgaan, want zweegvliegen kunnen wel wat kriebelen, prikken kunnen ze niet.
Al drie keer heb ik vandaag met de bezem het blad en stof de deur uit gewerkt, met een bezem, want geen stroom is ook niet stofzuigen. Ik heb gewacht met beddengoed wassen en kleding van en een week, want het was te nat. Nu is het droog en warm en waait het lekker, maar geen stroom is niet wassen. Om nou dat beddengoed met de hand in de beek te gaan zitten doen is me teveel werk. Het enige geluid is die de wind voortbrengt. Het zijn net Gods handen die de bomen kamt om een nette frisse coupe te krijgen. De dode bossen aan de overkant die nog altijd kale plekken hebben na de bosbrand van afgelopen lente worden ontdaan van de zwarte staketsels, maar ik hoor ze nu niet vallen. De enige flinke tak van de oude acacia naast de secadou staat te leunen op een dood stuk van diezelfde boom en kraakt vervaarlijk, maar heeft zijn kromming tegen de wind in, dus die vormt geen gevaar. Om mijn ogen en vingers rust te geven zaag ik wel een uitgescheurde tak uit de schuine acacia die uit dezelfde kluit is gegroeid en nu het kippenhekje verbogen heeft. Ik rommel mijn tijd vol en hoop dat Marc op tijd terug is samen een nieuw toom kippen te halen.

Kipjes
Nee, zeiden de tuincentra waar briefjes hangen dat ze pluimvee verkopen. Die van de Point Vert hoeven we niet meer. Eerst een haan die na 8 weken dood van zijn stok viel. Haan 2 die we gratis kregen bleek gecastreerd door zijn nogal dominante gedrag en had een kromgegroeide snavel. Wat hem overigens niet belette mij aan te vallen nadat ik twee weken afwezig was geweest, dit kippetje hoorde er niet meer bij. Dat was het einde van haan 2. Ondertussen stierf er een kip na een kort ziekbed onder de Aucuba. Emiel, haan numero 3, was een schreeuwlelijkerd op de verkeerde plek. Hij overleefde met zijn geschreeuw onze stress niet. Zondag 19 augustus vond kip 2 de dood in de bek van een ontsnapte jachthond zo groot als een panter. De RAGT, ook zo’n boeren- c.q. tuin- & dierenwinkel gaf ons wel een nummer, maar daar willen ze ons alleen in de vroege lente aan kippen helpen.  Op de markt staat iedere week een blozend rond klein vrouwtje van net in de 30. Kort donkerblond haar staat op een nuchter koppie met rode kleine oortjes. Ze verkoopt vrije uitloop eieren, ook aan huis, want het bordje met ‘eieren te koop’ prijkt aan een lantaarnpaal als je langs het gehucht rijdt. Ook verkoopt ze farcous, hartige gefrituurde koeken van bladgroente die erg lekker kunnen zijn mits je het recept wat hebt aangedikt, anders is het een wat smakeloze vette hap. Sinds de enig overgebleven kip niet meer legt, uit pure eenzaamheid natuurlijk, koop ik bij haar mijn eieren. Steevast vergeet ik de lege doosjes en volgt er iedere donderdagochtend weer het excuus dat ik ze vergeten ben. Ook de Boriouls liggen op een stapeltje klaar, 80 centen, pannenkoeken zonder boter met gist. Rare dingen met een vreemde smaak, armeluisvoer van vroeger, vergeten snelbrood dat de boeren vroeger als ontbijt aten, makkelijk om mee te nemen en goedkoop met alleen wat meel, water en gist. Marc is getuige van mijn soepele interactie met deze hardwerkende meid en kijkt verwonderd als ik ook zo’n pannenkoek koop als laat ontbijt en het later al wandelend naar de auto in stukjes scheur en het ding opsnoep. De smaak is puur en authentiek, waarschijnlijk de enige reden waarom ik ze koop. Ook brengt het de maag acuut op orde, ideaal. Pas nu we daar samen op de markt bij het eiervrouwtje wat staan te babbelen met en Felix (de godfather van het kasteeldorpje en chef van de groep jagers aan onze kant van de gemeente) en Rene de knoflookman (met twee enorme flessen zuurstof naast zich waarvan er op één een slangetje aangesloten zit dat de dikke man met longoedeem van adem voorziet) en nog wat derden die allemaal de afgelopen jaren passant zijn geweest in Open naar Frankrijk, valt me op dat ze levende kippen verkoopt voor de slacht. Ze zijn al 2 jaar en dan gaan ze minder eieren leggen, met dunnen schalen, legt ze uit. Boeit ons dat? Niet echt… Kippen kunnen oud worden, mits de jachthonden netjes in hun hok blijven en de vossen worden afgeschoten. Zodoende spreken we af dat we diezelfde middag kippen komen kopen, een paar. Maar eind van de middag is Marc nog altijd niet terug van het doen van die maandboodschappen, zegt de storingsdienst van de EDF dat de hele regio geen stroom heeft door de harde wind en dat er natuurlijk een groot team is uitgerukt om de grote groene knop weer te laten werken. Ik pluk 25 euro uit m’n knip en stap in de Blauwe op weg naar het dorpje waar ik ergens achter een boerderij of drie een lachende jonge boer aantref die zijn vrouw gaat roepen. Maar de hond en hun twee kinderen zijn hem voor. Een meisje met aan weerszijde van haar hoofd twee staartjes, een lekkere vieze speelbroek en een shirtje met een konijn erop komt me tegemoet rennen met een ontvankelijkheid waar je van smelt. Dat kan hier dus nog. Ook de enorme grote blaffende hond aan een ketting is net zo’n te lieve snoes als Castel en het jochie van misschien net 8 is bijdehand genoeg achter zijn jongere zusje te blijven staan met donkere grote kijkers die de enorme Blauwe Landrover bewonderend opnemen. Ik geef de kleine meid in haar konijnenshirt het tasje met de eierdoosjes en wacht geduldig op mama. De boer gaat rustig door met het afkoppelen van iets dat lijkt op een mestkar, een nette weliswaar, maar toch. Ik moet mee het hokje in waar ik net rechtop in kan staan en je niet zou verwachten met twee kids en twee volwassenen je kont te kunnen keren. Maar dat gaat best moet ik bekennen. Kwartelkuikens van 5 dagen lopen fris en fruitig onder een warmtelamp. In het hokje eronder de kwartelkuikens van een maand. Die van 5 dagen zijn schattig, zo lief gespikkeld en de helft van een kippenkuikentje. Ik vraag het meisje of ze ze alle 45 namen heeft gegeven. Nee, zegt ze, maar je mag ze wel even knuffelen hoor, roept ze enthousiast. Nee, dank je lieve schat, ik ben bang dat ik ze fijn knijp, zo klein als ze nog zijn. De achterwand is enkel en alleen clapier; konijnenhok, vossenproof. De hokken zijn misschien 50 breed, 50 diep en 40 hoog. Per hokje zitten er 6 kippen achter een staalgazen deurtje, de drie ielige jonge haantjes hebben twee hokken zonder tussenwand van beton, jaja vossenproof!, maar ook wat hokken bevatten konijnen, kleintjes en wat grotere en één in z’n up, de man onder de dames. De boerin gaat een doos halen terwijl het ventje achter een ontsnapte kip aangaat buiten en het meisje en ik kijken naar de piepkleine kwartelkuikens. We zoeken de kippen gezamenlijk uit en gaan met haantje en al in een doos die kleiner aandoet als een bananendoos. Ze blijft benadrukken na de betaling dat we niet teveel mogen verwachten van de kippen, zeker niet qua eieren leggen, maar twee per dag is meer dan voldoende en dat ielige haantje? Die mag zo ielig blijven, als ie zijn ‘werk’ maar doet inclusief het ’s ochtends even! kraaien. De kinderen blijven met grote ogen rond de auto drentelen en ik laat ze alles zien dat er te zien valt; de badkamer, twee slaapkamers, de keuken natuurlijk en de mini-garage, de ‘stuurhut’ en de voorraadkasten, prachtig vinden ze het.
Thuis zet ik de doos binnen tot het donker wordt en Marc klaar is met het opruimen van de boodschappen, in een niet zo koude vrieskist en de steeds lauwer wordende koelkast met het onmisbare koplampje op natuurlijk. De kippen zet ik op stok, de haan schreeuwt moord en brand maar laat zich toch wat later op de poten zakken voor een welverdiende rust. Ze zijn uitgezweet en tokken wat, maar verder doen ze het goed de eerste dag in het hok. Morgen, zaterdag, gaat het luikje open zodat de oude nu opperkip ze mag leren hoe naar buiten te gaan om van de vossenvrije ruimte te genieten. We hebben nu 5 kippen en haan nummer 4, we zijn benieuwd na 2 kippen en 3 hanen.

Geen stroom
Net had ik het er al even over, geen stroom hebben. Dit houdt meer in dan je beseft. Meer dan even een uur zonder stroom, want de batterij van je mobiel zou maar bijna leeg zijn en het enige apparaat waarmee je de buitenwereld kunt bereiken. Nog afgezien van of je nog beltegoed hebt, want daar krijgen we met onze prepay-kaart te laat bericht van en opladen doen we per internet. Geen stroom betekent het ding niet op kunnen laden en geen beltegoed kunnen kopen. Ruim 24 uur geen stroom resulteert in vele dingen. Je hoort jezelf weer denken en komt tot rust. Ook samen en zeker in onze penibele financiële situatie. Werk stapelt zich op. De advocaat waar we nog niet van gehoord hebben. De makelaar die we niet kunnen bellen voor een rits vragen. Een kennis bellen die die makelaar weer goed kent voor achtergrond informatie. Geen mails kunnen lezen en niemand kunnen bellen of informeren. Dat afgekapte gesprek niet voort kunnen zetten. De koelkast die maar maximaal 24 uur zonder stroom kan. Een half volle vriezer die dit wel ruimschoots kan, maar dan wel echt rap gaat ontdooien. Automatisch vergeten we ons koplampje bij het binnengaan van alle ruimtes, niet handig met een trapgat als dat van de hobbit-trap (hij is echt schitterend, een topstukje improvisatie, maar toch wat laag voor iedereen langer dan onze 1m73). We flappen vergeefs met onze handen langs lichtschakelaars, die doen het opeens niet meer. ’s Avonds is het warme water snel op, want de boiler warmt niet meer op, de afwas is al gedaan en Marc heeft gedoucht. De stapel was wordt een verleiding voor jonge nep-siameesjes die overal hun vlag willen zetten. M’n kop zit vol van de belevenissen, maar om alles met een pen neer te schrijven in het schijnsel van kaarslicht klinkt wel pakkend, maar zover back-to-basic ben ik nog niet en het zou me ook teveel tijd kosten. Juist op zulke momenten kom je toe aan een verdieping extra en klusjes buiten, hoe kalmerend. Muziek luisteren zit er ook niet in. Dat staat allemaal op mijn systeem, net zo min als het kijken van een filmpje, wat wel gaat als er internet is, maar zonder stroom geen livebox met zijn meestal zo fijne groene stabiel brandende lampjes. Marc kan ook niet verder met het dak, aan een slijptol zit nu eenmaal een snoer en een stekker. Die rust in kaarslicht is een onverwachte weldaad die hetzelfde effect heeft op M&M. Beter als een pelgrimstocht of een seizoen sofrologie. Beter werkt de stilte op ons beider gemoed dan boswandelingen en kalmeringsmiddelen. “Waar gaat de wereld naartoe?” zien we elkaar denken alleen al. De katten zijn allemaal relaxed, anders. Ze spelen met de wind en elkaar, Joppie ondergaat gelaten maar met karakter een oorbehandeling, ik spuit zijn oor uit met lauw gekookt water met zeezout. Cros heeft zijn vrede gevonden slapend op de rioolbuis opgeborgen in de punt van het zwembaddak waarin bamboestokken liggen te drogen. Zonder stroom is een zorgwekkende weldaad. We komen nader tot elkaar en brengen wat moeilijke zaken ter sprake waarvoor we juist door de stilte en de afwezigheid van internet en telefoon de juiste toon en woorden kunnen vinden en ook de leegte hebben die woorden goed tot elkaar door te laten dringen. Je kunt even niets aan de situatie veranderen, niets doen van hoe je het gewend bent en alles lijkt even stil te staan, het leven zelf. Terwijl juist de andere kant van het leven de ruimte krijgt, kleine buitenklusjes inclusief. De zorg over de berichten en belletjes die we nu missen blijft op de achtergrond aanwezig, geen klantenservice in Secondlife of de webshop, terwijl we weer even zo hier samen zijn als in het prille begin, maar nu met een berg aan ervaringen, elkaar, warmte, water en onder een wel heel stevig dak met gesnoeide bomen rond het huis. Geen stroom was goed.

Alleen jammer dat ook de telefoonlijn het ergens op de helling heeft moeten begeven. Niet alleen die van ons natuurlijk en France Telecom heeft wel erg veel meldingen en werken doorgaans op zaterdag niet. Weer een melding in de vrijdagmiddag zal niet erg helpen.  Marc pakt het bij de storingsdienst wel diplomatiek aan en maakt er een leuk praatje van met de man van de klantenservice. Het zal wel volgende week worden. Veel gedoe dus. Ik sjees na sofrologie even door naar het arbeidsbureau, het internetcafé (alles behalve een café, dat begrijpt u wel) is dan dicht, maar de meiden daar zijn zo behulpzaam, dat ze me vriendelijk door laten lopen, ik ben de eerste zeker niet?
Even snel log ik over de komende dagen van het niet kunnen publiceren, plaats een berichtje in het Engels voor wat vrienden op Facebook, stuur een vriend een berichtje die op beide niet komt en vind ook nog de bevestiging van mijn inschrijving op de Schrijven Online Academie met het eerste lespakket, een vriendelijk spontaan informeel welkomstwoord en een berichtje van de docent die mijn eerste huiswerk met oprechte interesse tegemoet ziet. Maar ik vind het al zo coulant van de dames dat ik toch de internetruimte mag gebruiken, en om dan te vragen of ze even een 25 pagina tellend document,  het lespakket, uit willen printen.. Maar de fijnste meid die daar rond loopt komt vragen of we nu dan toch wel weer elektriciteit hebben, niets is teveel lijkt het wel. Zo blij als een klein kind met leesvoer en huiswerk van de stap die ik zette door te investeren in schrijflessen, vertel ik haar wat voor document het is. Dat ik toch echt hoop wat meer te groeien in deze en de belofte aan mezelf waar wil maken op mijn 40ste een boek gepubliceerd te hebben, misschien dat het werktechnisch nog wat oplevert, wie weet. Nooit geschoten altijd mis en zonder bluf is het leven suf. De boom in en de voordeur verven, dit is waar ik het voor doe. Klein half uurtje internetten kost misschien wel 40 cent, maar die prints is andere koek. Ik mag niet betalen zegt ze, cadeautje, hiiiii, nog blijer. Zjoef, naar huis, tuurlijk geen stilte meer, geen kaarslicht meer en de muziek aan. Maar de rust van geen internet, oef.

De eerste Les
Over personages. Pittig spul, ander kaliber dan de LOI, niks mis mee hoor, maar ben verheugd over de insteek en opzet, de opdrachten en oefeningen zijn pittig, maar erg leuk. Ik zou me net even kunnen laten imponeren, maar wuif dit gevoel dat alleen maar leunt op de gedachte makkelijk weer weg. M’n zin d’ran  is net even groter, een doel kan mooi zijn en in dit geval een voor mij prettig contrast met de sores over dat huis in Nederland. Op = Op Lekker schrijven, leren, lezen. Onderwerpen genoeg en zelfs lezers. Ja, dat bent u in dit geval. Tof.

Zaterdag
Ik schuur me weer een bult en blauwe vingertoppen op die grote voordeur en natuurlijk moet neef Serge (van Nadine, één van de vele neven) even gedag komen zeggen en het commentaar geven dat ik het helemaal verkeerd doe. Ik had 2 dikke oude lagen witte verf en twee oude lagen beits van die deur moeten branden, hem moeten schuren, vetvrij maken en dan een aantal keer netjes lakken. Ja Serge, natuurlijk, maar mevrouw wil graag voor een dubbeltje op de 2e rang en heeft de klus te laat aangevraagd. Er zit ons meiden dus niks anders op het anders te doen en het gaat er heus wel netjes uitzien.
Thuis staat de eerste zuurkoolprak met rookworst  -waarvoor veel dank aan Ben-  op tafel terwijl de natuur nog steeds de haren kamt. Na het eten masseer ik een onderrug die door geldzorgen vastzit en ga even schrijven nu de stroom weer helemaal stabiel is. Tot Castel aanslaat en ik achter het hek een Socatelbus zie staan. De mannen werken dus wel op zaterdag, een bedrijf ingehuurd door France Telecom voor aansluitingen, onderhoud en storingen. Wat bleek; donderdag is er een hoogspanningskabel van een mast gewaaid en op de telefoonleiding gevallen. Dit was een calamiteit van formaat en kreeg natuurlijk voorrang. De heren hebben vanochtend de 3,5 kilometer steile helling beklommen om onze lijn langs te lopen en vonden niets. Nu staan ze op de stoep om in huis alles door te meten. Iedereen betaalt in Frankrijk hetzelfde bedrag, in geval van de service die M&M af en toe nodig hebben ben ik daar dankbaar voor, want als we dit op uurbasis zouden moeten betalen… oeps. Uiteindelijk vinden ze het probleem; onze bliksembeveiligingsbox is kapot. Als het probleem in huis zit, waar je zelf verantwoordelijk bent voor de kabeltjes en livebox, dan is de reparatie of het vinden van het probleem per definitie 100 euro, of meer. Het is zaterdag, het probleem zit in huis, in die dure box waardoor we verzekerd zijn als we schade hebben aan de pc’s na blikseminslag, die er niet was, het waaide alleen wat hard. De mannen van Socatel knipogen, leggen de wijsvinger op de lippen en wensen ons een fijn weekend. Kijk, van ons zul je nooit klachten horen over de service van de EDF of France Telecom die een topbedrijf als Socatel inhuren voor het werk in deze lastig te bereiken regio!

We zijn er weer…..


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen