dinsdag 18 augustus 2009

236ste

Slapeloosheid is mij niet vreemd. Zeker het in slaap vallen is vaak een crime. De honderd rondjes die ik draai, alle omwentelingen met mijn hoofd, die knie gestrekt om hem toch maar weer in te trekken tot foetus-houding aan ene kant. Toch nog even lezen? en daar 10 minuutjes over nadenken, niks zonde van mijn tijd, ik lig toch wakker terwijl ik zou moeten of kunnen dromen. De tijd kruipt angstaanjagend snel voorbij als ik de oplichtende cijfertjes van mijn wekker met wijd open ogen probeer te ontcijferen. Alsof je de spotjes in een immens plafond probeert te tellen tijdens een oersaaie lezing of college in een grote zaal. Al mijn leven lang lig ik toch vaak een uur in het niets te staren of kijk naar de witte schijnsels die het maanlicht kan maken op de binnenkant van vele soorten slaapkamers. Ik test met één hand of ik een hand voor ogen zie, nee, niets te zien. Ik verleg mijn linkerarm van boven mijn hoofd tot onder mijn dijbeen. Als buikslaper ligt het kussen vaker in de weg, dan dat het comfort biedt en voor de 3e maal schuif ik het kussen achter het hoofeinde op de vloer. Ik heb het altijd te warm. (Op afgelopen winter na in een slaapkamer van 3 graadjes zonder dik warm dekbed. Oude nog ongewassen dekens 'van het huis' en een zomerdekbedje.) De franse zomerwarmte, waar menigeen toch heel erg van genieten kan, zelfs 3 weken lang, beneveld door zonnebrand en goedkope wijn in een tentje op een drukke camping, komt er nu bovenop. Als extra uitdaging zullen we maar zeggen. Ik doe toch iets niet goed. Ik was er juist aan gewend, toen Marc zich zo op zijn gemak voelde naast mij, dat hij het snurken weer aanving. Of was het dat ik het niet heb opgemerkt door de staat van zijn, waarin ik in het begin van onze relatie ging slapen; compleet op en uitgeput door deze ontmoeting met een medemens? Ah wel, 4 doosjes wasoordopjes, 1 stel othoplastieken en gele bouw-oordopjes die niet passen en blijven zitten, later, gaf ik het op. Ik heb lang een half uurtje tot een uur van mijn nachtrust opgeofferd. Ik ben zelfs van zijn gesnurk gaan houden; 'hij slaapt dan zo lief', of 'hij doet het nog :-)', of 'het stopt zo wel'. Soms kies ik voor mezelf, ik vertrek dan naar een andere kamer. Mits deze voorhande is natuurlijk. Twee keer per maand ben ik zelf de boosdoener. Niet te houden, onrustig en klaarwakker, terwijl mijn lijf schreeuwt om een nacht rust.
Eergisteren heb ik me door de sterrenpracht, de stilte met haar nachtdieren en de temperatuur laten overhalen op het barterras te slapen. Een matje, laken en dekbedje hielpen om snel in slaap te vallen, die nacht als een blok door te komen en vroeg wakker te worden zonder wekker. Dat was na lange tijd weer een fijne ervaring. Het bosbed dat ik me al een tijdje fantaseer gaat er echt komen. Dan geen telefoonlijn meer boven mijn hoofd, geen huis in zicht of gemaakte muren en trapjes en voor dit zomerseizoen een verademing. We hebben even moeten stoken in de schouw, niet voor de warmte of om de papier-prullebak op te ruimen. Nee, gek genoeg in deze droge hitte, is ons huis heel langzaam natter en natter aan het worden. Het lichtgrijze voegsel wordt vanachter de schouw bijna zwart, het zweet staat op de tegelvloer in de keuken. Het water van de laatste bui trekt hier door de grond naar beneden waar het op rotsen stuit. Daar is onze oudste muur tegenaan gebouwt. Men vermoedt tegen de 300 jaar staat deze muur hier al. En geen drainage, want dat was allemaal nog niet zo 'van belang'. Elf uur 's avonds is het buiten nog 25 graden. Op de slaapkamers nog 30. De zon heeft heel de dag op de stenen daken geschenen, al ruim een week. Een steen-kachel ter grote van de daken.... Ik ben na 20 minuutjes onder zo'n super zongesteven en gedroogd linnen laken, de kamer uitgevlucht. Mijn huid tintelt van de warmte, voelt oververhit aan, schreeuwt om koele lucht. Er zit dus niets anders op en vertrek naar de bar, waar het matje op me ligt te wachten. Nog steeds klaarwakker...
En morgen, als ik wakker word van die frisse bosgeur die ontwaakt, op haar scherpst is en om me heen kijk, ben ik het allemaal alweer vergeten. Dan zie ik een fijne nevel van ochtend-vocht en ik hoor wat vogels. Cros bijt in mijn grote teen en Marc zet koffie. Mijn huid is afgekoeld, aangenaam verfrist en ik mag weer de dag mijn dag laten leven. Ook met minder uurtjes rust tijdens alle nachten hier, is er toch iets dat mij oplaadt. De energie die deze plek me geeft is enorm. Groots, altijd dáár, verwarmend, wreed en hard, een (h)eerlijke energie die haar reikwijdte altijd probeert te vergroten en vaak oh zo vriendelijk ook. Met de briesjes wind die als een godsgeschenk opeens om de hoek van het huis ons toewuiven, of die fikse regenbui voor de moestuin die het wel heel hard nodig heeft. Of de sneeuw van afgelopen winter, die ligt hier zelden tot nooit en wij hebben het mee mogen maken.
Het schrijven heeft me ook nog eens een uurtje nachtrust ontnomen.
Voor het 236ste bericht op deze blog maak ik graag een uitzondering. ;-)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen